Wiener Schnitzel — het nationale gerecht
Het Wiener Schnitzel is Oostenrijks culinair heiligdom — en er zijn duidelijke regels: het moet van kalfsvlees zijn (varken heet correct "Schnitzel Wiener Art"), dun geklopt, gepaneerd in meel, ei en paneermeel en gebakken in ruim ghee (niet olie!). De paneer moet "souffleren" — zich golvend van het vlees afheffen. Daarbij hoort traditioneel aardappelsalade met pompoenpitolie of kropsla, nooit frietjes.
Een goed Wiener Schnitzel herken je eraan dat het over de rand van het bord hangt, goudbruin en knapperig is en bij het aansnijden sappig blijft. Veenbessen en een schijfje citroen horen erbij. Ketchup op een Wiener Schnitzel? In Oostenrijk een misdaad die sociale uitsluiting met zich meebrengt.
Waar het Wiener Schnitzel vandaan komt, is omstreden. De populaire legende dat veldmaarschalk Radetzky het in 1857 uit Milaan meebracht (als "Cotoletta alla milanese"), is historisch niet bewezen. Zeker is dat gepaneerde vleesgerechten in de Weense keuken sinds de 18e eeuw gedocumenteerd zijn.
💡 Tipp
De beste Wiener Schnitzels vind je bij Figlmüller (Wollzeile 5, enorm en knapperig), bij Plachutta Gasthaus zur Oper of bij Gasthaus Pöschl. Een echte kalfsschnitzel kost 18–28 €. Onder de 14 € is het bijna zeker varkensvlees.
