Knödel — de ziel van de Alpenkeuken
Zonder knödel is de Oostenrijkse keuken ondenkbaar. De ronde deegballen zijn veel meer dan een bijgerecht — ze vormen een eigen universum:
- Semmelknödel — de klassieker van oud brood, ei, melk en peterselie. Bij varkensgebraad, goulash of solo met salade
- Speckknödel — doordrenkt met gerookt spek, krachtig en hartig. Geserveerd in heldere soep ("Tiroler Knödelsuppe") of met zuurkool
- Leberknödel — met kalfslever, als soepinleg een klassieker van de Weense keuken
- Spinatknödel — groen, vegetarisch, geserveerd met bruine boter en Parmezaan. Vooral populair in Zuid-Tirol en Tirol
- Topfenknödel — zoete knödel van kwark, met boterkruimels, kaneel en suiker als dessert
- Marillenknödel — het zomerse hoogtepunt: een verse Wachauer abrikoos, omhuld in kwark- of aardappeldeeg, gerold in boterkruimels. Een gedicht
- Zwetschgenknödel — zoals Marillenknödel, maar met pruimen, meer herfstachtig
In sommige herbergen is er de "Knödelteller" — een selectie van verschillende knödel met sauzen. Een goede manier om het assortiment te proeven.
💡 Tipp
In de Wachau (juni/juli) moet je zeker verse Marillenknödel bestellen! De Wachauer Marille is een beschermde herkomstaanduiding — zoet, aromatisch en van korte duur. Het beste direct bij een Heurigen of gasthof in Dürnstein of Spitz.
