Pâtisserie — de zoete kunst
Als de Franse keuken een kathedraal is, dan is de pâtisserie haar klokkenspel. Nergens ter wereld wordt banketbakkerskunst met zo'n precisie, esthetiek en toewijding bedreven als in Frankrijk. Een bezoek aan een goede pâtisserie is een visuele en smaakervaring zonder weerga.
De klassiekers
- Macaron — delicaat amandelbaisergebak met vulling, geperfectioneerd door Ladurée en Pierre Hermé. Niet te verwarren met de Macaroon (kokosmakroon). Een goede macaron heeft een lichte crunch aan de buitenkant en is romig-zacht van binnen
- Mille-feuille (Napoleontaart) — drie lagen bladerdeeg met vanillecrème, geglazuurd. Een test voor elke pâtissier
- Tarte Tatin — omgekeerde appeltaart, naar verluidt ontstaan uit een ongelukje in Hotel Tatin
- Éclair — soesjesstaaf met vulling en glazuur, in varianten van chocolade tot yuzu
- Paris-Brest — ringvormig soesjesgebak met pralinécrème, in 1910 uitgevonden voor de wielerwedstrijd Parijs–Brest
- Crème brûlée — vanillecrème met gekarameliseerde suikerlaag, het perfecte dessert
- Kouign-amann — Bretons botergebak, verslavend lekker. In Parijs populair geworden door pâtisseries zoals Breizh Café
- Tarte au citron — citroentaart met meringue, verfrissend en elegant
De grote revolutie van de afgelopen decennia: Franse top-pâtissiers zoals Pierre Hermé ("Picasso van de pâtisserie"), Cédric Grolet (beroemd om zijn bedrieglijk echte fruitbeelden) en Christophe Michalak hebben de pâtisserie tot kunstvorm verheven. Hun creaties zijn miniatuursculpturen die smaken zoals ze eruitzien: perfect.
