Pyreneeën — de grens met Frankrijk
De Pyreneeën strekken zich uit over 430 km van de Atlantische kust tot de Middellandse Zee en vormen de natuurlijke grens tussen Spanje en Frankrijk. De Spaanse kant is zonniger, droger en — buiten de skigebieden — aanzienlijk minder bezocht dan de Franse.
Aragón — het hart van de Pyreneeën
De Aragonese Pyreneeën bieden het meest dramatische landschap: Het Ordesa y Monte Perdido-Nationaal Park (UNESCO-werelderfgoed) herbergt de 1.000 meter diepe Ordesa-kloof — Spanje's Grand Canyon. De Monte Perdido (3.355 m) is de op twee na hoogste top van de Pyreneeën. Het dal van Pineta, de Añisclo-vallei en de Escuaín-kloof maken het nationale parkgebied compleet.
De Aneto (3.404 m) in het Maladeta-massief is de hoogste top van de Pyreneeën — beklimbaar voor ervaren bergbeklimmers (gletsjeruitrusting nodig, de gletsjer smelt echter snel).
Catalaanse Pyreneeën
Het Aigüestortes i Estany de Sant Maurici-Nationaal Park in het westen van Catalonië is een doolhof van meer dan 200 bergmeren, watervallen en granietpieken. In het Vall d'Aran — Spanje's enige naar het noorden afwaterende vallei — spreekt men Aranees (een variant van het Occitaans), en de romaanse kerken van de Boí-vallei behoren tot het UNESCO-werelderfgoed.
Winteractiviteiten
De Pyreneeën hebben 15+ skigebieden aan de Spaanse kant, aanzienlijk goedkoper dan de Alpen:
- Baqueira-Beret (Val d'Aran) — het grootste en sneeuwzekerste, favoriet van het Spaanse koningshuis en de high society van Barcelona
- Formigal-Panticosa (Aragón) — uitgestrekt en gezinsvriendelijk
- Candanchú & Astún (Aragón) — dicht bij de Franse grens, steil en uitdagend
- La Molina & Masella (Catalonië) — het dichtst bij Barcelona (2 uur), te combineren
