Atlantische kust — Spanje's groene noorden
Het Spaanse noorden — van Galicië via Asturië en Cantabrië tot het Baskenland — is het tegenovergestelde van het zonnige zuiden: groen, wild, regenachtig, koel en adembenemend mooi. De Spanjaarden noemen het España Verde (Groen Spanje).
Galicië
Keltisch aandoende landschappen met diep ingesneden fjorden (Rías), granieten steden en constante motregen. De Rías Baixas in het zuiden zijn mild en rijk aan wijn (Albariño), de Costa da Morte (Doodskust) in het westen is wild en spectaculair — hier zijn meer schepen gestrand dan ergens anders in Europa. De Islas Cíes voor de kust van Vigo — drie eilanden met Caribisch witte stranden — werden door de Guardian uitgeroepen tot het "mooiste strand ter wereld". Alleen per boot bereikbaar, bezoekersaantal streng beperkt.
Asturië & Cantabrië
De Picos de Europa — Spanje's oudste nationaal park — rijzen slechts 20 km van de kust tot meer dan 2.600 meter. De kloven (Desfiladero del Cares, de "goddelijke kloof") zijn net zo dramatisch als de Alpen, maar veel minder druk bezocht. De kust biedt surfstranden (Rodiles, Langre), verborgen vissersdorpjes en de grotten van Altamira (de originele grot is gesloten voor het publiek, de replica in het naastgelegen museum is uitstekend).
Baskenland
De Baskische kust is zowel ruig als elegant. San Sebastián heeft met de Playa de la Concha een van de mooiste stadsstranden van Europa. Tussen de kliffen liggen surfspots (Mundaka, Zarautz) en vissersdorpjes zoals Getaria en Lekeitio, waar de tijd stil lijkt te staan.
