Geschiedenis: Van het Inca-rijk tot het heden
De geschiedenis van Peru is een van de rijkste en meest dramatische van het Amerikaanse continent. Hier enkele hoogtepunten:
De grote precolumbiaanse culturen (3000 v. Chr. – 1400 n. Chr.)
Lang voor de Inca's bloeiden in Peru fascinerende hoogculturen:
- Caral (3000–1800 v. Chr.): De oudste stad van Amerika — gelijktijdig met de Egyptische piramides! Aan de kust ten noorden van Lima.
- Chavín (900–200 v. Chr.): Religieus centrum in het hoogland met ondergrondse gangen en angstaanjagende stenen reliëfs.
- Nazca (200 v. Chr. – 600 n. Chr.): De raadselachtige grondtekeningen (geogliefen) in de woestijn — gigantische figuren, alleen vanuit de lucht zichtbaar.
- Moche (100–800 n. Chr.): Meesters in keramiek en goudsmeedkunst. De grafschatten van de "Señor de Sipán" wedijveren met Toetanchamon.
- Chimú (1100–1470): Bouwers van Chan Chan bij Trujillo, de grootste stad van lemen bakstenen ter wereld.
Het Inca-rijk: Tawantinsuyu (1438–1533)
In minder dan 100 jaar creëerden de Inca's het grootste rijk dat Zuid-Amerika ooit heeft gezien — Tawantinsuyu („Rijk van de vier delen“). Vanuit de hoofdstad Cusco strekte het zich uit over 4.000 km van Colombia tot Chili, omvatte 12 miljoen mensen en verbond alles via een 40.000 km lang wegennet (Qhapaq Ñan).
De Inca's waren meesters in ingenieurskunst: Terrassen voor de landbouw, irrigatiesystemen, aardbevingsbestendige bouw (die vandaag de dag nog steeds staat!), hangbruggen van gras en het Quipu-systeem (knoopkoorden voor gegevensregistratie). En dat alles zonder schrift, zonder wiel en zonder ijzer.
De Spaanse verovering (1532–1572)
In 1532 landde Francisco Pizarro met slechts 168 soldaten aan de Peruaanse kust. In de burgeroorlog tussen de Inca-broers Atahualpa en Huáscar zag hij zijn kans. In Cajamarca nam hij Atahualpa gevangen, liet zich een kamer vol goud als losgeld betalen — en liet de Inca-heerser toch executeren. Binnen enkele jaren viel het Inca-rijk uiteen, gedecimeerd door Spaanse wapens en vooral door meegebrachte ziekten (pokken, mazelen), die miljoenen doodden.
Onderkoninkrijk & Koloniale tijd (1542–1824)
Peru werd het rijkste onderkoninkrijk van Spanje: Het zilver van Potosí (nu Bolivia) en de schatten van de Inca's maakten de koloniale macht fabelachtig rijk. Lima werd de prachtigste stad van Zuid-Amerika. De inheemse bevolking werd tot slaaf gemaakt, gedecimeerd en bekeerd. De grote opstand van Túpac Amaru II (1780) tegen de Spanjaarden mislukte bloedig, maar werd een symbool van verzet.
Onafhankelijkheid & Moderne tijd (1821–heden)
José de San Martín riep in 1821 de onafhankelijkheid uit, Simón Bolívar voltooide de bevrijding in 1824. Er volgden decennia van politieke instabiliteit, militaire dictaturen, economische crises en de burgeroorlog tegen de Sendero Luminoso (Lichtend Pad, 1980–2000), die meer dan 69.000 doden eiste. Sinds 2001 is Peru een stabiele democratie met indrukwekkende economische groei, hoewel politieke turbulenties (frequente presidentwisselingen) tot de dagelijkse realiteit behoren.
