Romeinen, Angelsaksen & Vikingen (43–1066)
De Romeinen kwamen in 43 na Chr. onder keizer Claudius en bleven bijna 400 jaar. Ze bouwden Londinium (Londen), Aquae Sulis (Bath — de warme bronnen!), een wegennet dat deels nog steeds wordt gebruikt, en de Hadrianusmuur (122 na Chr., 118 km dwars door Noord-Engeland, om de „barbaarse" Schotten buiten te houden). Toen de Romeinen rond 410 vertrokken, lieten ze een infrastructuur achter die niemand meer onderhield.
In het machtsvacuüm drongen de Angelen, Saksen en Juten — Germaanse stammen die het land zijn naam gaven: Angle-Land → Engeland. Ze brachten de basis van de Engelse taal mee. In de 9e eeuw kwamen de Vikingen (Denemarken), die het oosten van Engeland veroverden (Danelaw). Koning Alfred de Grote (849–899) van Wessex stopte de Vikingen en legde de basis voor een verenigd Engeland. Hij is de enige Engelse koning die „de Grote" wordt genoemd.
Tegelijkertijd ontwikkelden Wales en Schotland zich als zelfstandige koninkrijken met een Keltische cultuur, eigen talen en verbitterde weerstand tegen Engelse expansie.
