De Normandiërs & de Middeleeuwen (1066–1485)
Het jaar 1066 veranderde Engeland voor altijd. Willem de Veroveraar versloeg koning Harold bij de slag van Hastings (beroemd afgebeeld op het tapijt van Bayeux) en vestigde de Normandische heerschappij. De Normandiërs brachten feodalisme, stenen kastelen (Tower of London, Windsor Castle) en de Franse taal — het Engelse vocabulaire verdubbelde en bevat tot op heden duizenden Franse leenwoorden (restaurant, government, parliament).
De Middeleeuwen waren een tijd van kastelen, kathedralen en conflicten: De Magna Carta (1215) beperkte als eerste document de macht van de koning en werd de basis van alle moderne democratieën. De Honderdjarige Oorlog (1337–1453) tegen Frankrijk, de Rozenoorlogen (1455–1487) tussen de huizen Lancaster (rode roos) en York (witte roos), de Pest (1348, doodde een derde van de bevolking) — een eeuw van chaos die eindigde met de Tudor-dynastie.
In Schotland vochten William Wallace (1297, Stirling Bridge) en Robert the Bruce (1314, Bannockburn) voor onafhankelijkheid — met succes. Wales werd in 1282 na de verovering door Edward I bij het Engelse koninkrijk ingelijfd; zijn kastelen (Caernarfon, Conwy, Harlech) zijn UNESCO-werelderfgoed.
