Het Kastensysteem
Bali heeft een vier-kasten-systeem, geïmporteerd door de Majapahit-veroveraars uit Java — maar het werkt anders dan in India:
- Brahmana — Priesterkaste (Titel: Ida Bagus / Ida Ayu). Stellen de heilige priesters (Pedanda).
- Ksatria/Satria — Krijgs- en heerserskaste (Titel: Anak Agung, Dewa, Cokorda). De oude koninklijke families.
- Wesia/Wesya — Handelaarskaste (Titel: Gusti, I Gusti). Kooplieden en beheerders.
- Sudra/Jaba — ca. 90% van de Balinezen. Geen bijzondere titel (vaak I of Ni, dan Wayan/Made/Nyoman/Ketut afhankelijk van de geboortevolgorde).
Het kastensysteem is op Bali minder star dan in India: Er zijn geen „onaanraakbaren", geen beroepsverboden en steeds meer huwelijken tussen de kasten. Maar de taalniveaus zijn tot op heden relevant: Men spreekt met een Brahmana in Hoog-Balinees (Basa Singgih), met gelijken in Midden-Balinees en in het dagelijks leven in Laag-Balinees (Basa Kasar) of Bahasa Indonesia.
De naamgevingsconventie van de Sudra-kaste is uniek: Het eerste kind heet Wayan (of Putu/Gede), het tweede Made (of Kadek/Nengah), het derde Nyoman (of Komang), het vierde Ketut. Bij het vijfde kind begint de cyclus opnieuw. Dat verklaart waarom op Bali gevoelsmatig elke tweede persoon „Wayan" of „Made" heet.
💡 Tipp
Als je chauffeur, je ober en je duikinstructeur allemaal „Wayan" heten, komt dat door het naamgevingssysteem van de Sudra-kaste. Vraag naar de bijnaam — de meeste Balinezen hebben er een om zich te onderscheiden.
