De Guanchen — de inheemse bewoners van Tenerife
De Guanchen (van „Guan Chinet" — „mens van Tenerife") bevolkten het eiland minstens 2.500 jaar geleden. Ze stamden af van Berbervolkeren uit Noord-Afrika en bereikten de Canarische Eilanden vermoedelijk met eenvoudige boten — maar verloren vervolgens de zeevaarttechnologie en leefden duizenden jaren geïsoleerd op hun respectieve eilanden, zonder contact met elkaar of de buitenwereld.
Cultuur en levenswijze
- Samenleving: De Guanchen van Tenerife waren verdeeld in negen Menceyatos (koninkrijken), elk geregeerd door een Mencey (koning). De belangrijkste: Taoro (het huidige Orotava-dal), Güímar, Anaga, Tegueste en Adeje. De samenleving was streng hiërarchisch — adel, krijgers, priesters, boeren.
- Levenswijze: De Guanchen waren herders en boeren die geiten, schapen en varkens hielden. Ze woonden in grotten (vooral in het Anaga-gebergte en bij Güímar) en eenvoudige stenen huizen. Gofio — geroosterd gerst- en tarwemeel — was hun hoofdvoedsel en is dat op de Canarische Eilanden tot op de dag van vandaag.
- Mummificatie: De Guanchen beoefenden een mummificatietechniek die lijkt op de Egyptische — uniek in Europa. De mummies (Xaxos) werden begraven in moeilijk toegankelijke grotten. Verschillende mummies zijn te zien in het MUNA in Santa Cruz.
- Taal: De Guanchen spraken een Berbertaal, die verloren ging met het uitsterven van de laatste Guanchen in de 17e eeuw. Overgebleven zijn plaatsnamen (Tenerife, Taoro, Güímar, Icod, Adeje), plantennamen en enkele woorden.
- Religie: De Guanchen vereerden de Achamán (hoogste god) en de Magec (zonnegod). De Teide werd beschouwd als de zetel van de kwade geest Guayota, die de zonnegod in de vulkaan gevangen hield. Vulkanische uitbarstingen werden door de Guanchen gezien als de strijd tussen goed en kwaad.
