Het Alpenlandschap
De Oostelijke Alpen bepalen de topografie van Oostenrijk: Van de Großglockner (3.798 m, de hoogste berg van Oostenrijk) over de Ötztaler, Stubaier en Zillertaler Alpen tot de zachtere uitlopers in Stiermarken — het land is één groot panorama. Ongeveer 62% van het staatsoppervlak is alpien.
De Oostenrijkse Alpen kunnen grofweg in zones worden onderverdeeld:
- Hoogalpen (boven 2.500 m) — vergletsjerde toppen, rots en ijs. De Pasterze-gletsjer aan de Großglockner is de langste gletsjer van de Oostelijke Alpen, maar krimpt dramatisch
- Alpenweiden (1.500–2.500 m) — de alpenregio met zijn bloemenweiden, herders en alpenhutten. In de zomer grazen hier koeien, in de herfst worden ze bij de alpenafdrijving naar het dal gebracht
- Bergbossen (800–1.500 m) — dichte sparren-, lariks- en beukenbossen, doorkruist door wandelpaden en boswegen
- Dalen en bekkens — het Inntal, Salzachtal, Drautal en Murtal zijn de levensaders, langs welke steden, dorpen en verkeerswegen lopen
Ten oosten van de Alpen opent het land zich naar de Pannonische Vlakte: Het Weense Bekken, het Marchfeld en het Burgenland hebben een mild, bijna steppeachtig klimaat — de Puszta begint praktisch voor de poorten van Wenen. De Neusiedler See, de op een na grootste steppezee van Europa, is hier het landschappelijke hoogtepunt.
De Großglockner-Hochalpenstraße (48 km, geopend in 1935) is een van de spectaculairste bergpassen van Europa. 36 haarspeldbochten leiden naar een hoogte van 2.504 m — met adembenemend uitzicht op de Großglockner en de Pasterze. Tolplichtig (ca. 40 € per auto), maar elke cent waard.
💡 Tipp
De Großglockner-Hochalpenstraße is alleen geopend van mei tot oktober (afhankelijk van het weer). Vertrek vroeg in de ochtend (voor 9 uur) om files te vermijden. Het uitzichtpunt Kaiser-Franz-Josefs-Höhe biedt het beste uitzicht op de Glockner. Plan minstens 3–4 uur voor de hele route.
