Brits-Oost-Afrika (1895–1963)
In 1895 verklaarde Groot-Brittannië Kenia tot protectoraat Brits-Oost-Afrika. De bouw van de Oeganda-spoorweg (1896–1901) van Mombasa naar Kisumu aan het Victoriameer — een megaproject waarbij duizenden Indiase arbeiders naar Kenia werden gehaald — opende het binnenland voor kolonisatie.
De vruchtbare hooglanden werden als „White Highlands" gereserveerd voor Britse kolonisten, die koffie-, thee- en sisalplantages aanlegden. De inheemse bevolking — vooral de Kikuyu — werd van hun voorouderlijk land verdreven en gedwongen tot goedkope arbeid op de boerderijen. Karen Blixens „Jenseits von Afrika" romantiseert deze periode, maar vertelt alleen het perspectief van de kolonisten.
De Mau-Mau-opstand (1952–1960) was Kenia's bloedigste strijd tegen de koloniale macht: Kikuyu-strijders voerden een guerrillaoorlog tegen de Britse kolonisten en de koloniale troepen. De Britse reactie was brutaal — meer dan 100.000 Kenianen werden in kampen geïnterneerd, marteling en executies waren wijdverspreid. De opstand werd militair neergeslagen, maar leidde politiek tot een heroverweging: Kenia zou onafhankelijk worden.
