Renaissance (14e–16e eeuw)
De Renaissance — de „wedergeboorte" van de antieke kunst en wetenschap — begon in Florence en is Italië's grootste bijdrage aan de geschiedenis van de mensheid. Aangedreven door de rijkdom van koopmansfamilies (voorop de Medici) en de competitie tussen de stadstaten, ontstond een explosie van creativiteit die de wereld voor altijd veranderde.
Kunst: Giotto, Brunelleschi, Donatello, Botticelli, Leonardo da Vinci, Michelangelo, Raffael, Titiaan — binnen 200 jaar creëerden Italiaanse kunstenaars een groot deel van de meesterwerken die we vandaag als hoogtepunten van de westerse kunst beschouwen.
Wetenschap: Galileo Galilei revolutioneerde de astronomie, Leonardo was ingenieur en uitvinder, Machiavelli legde de basis voor de moderne politieke wetenschap, Columbus (uit Genua) ontdekte Amerika.
Architectuur: Brunelleschi's koepel in Florence (1436) was een ingenieursprestatie die alles wat daarvoor kwam overtrof. Palladio in Vicenza definieerde een architecturale taal die tot op de dag van vandaag de westerse bouwkunst beïnvloedt (het Witte Huis, het Capitool en talloze herenhuizen wereldwijd zijn door Palladio geïnspireerd).
