Nederlandse koloniale overheersing (1602–1942)
De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) — het eerste multinationale bedrijf in de geschiedenis — bereikte Indonesië in 1596 en vestigde snel een handelsmonopolie over de begeerde specerijen (nootmuskaat, kruidnagel, peper), die destijds letterlijk met goud werden afgewogen.
De VOC was niet zachtzinnig: Op de Banda-eilanden (Molukken) liet gouverneur Jan Pieterszoon Coen in 1621 het grootste deel van de inheemse bevolking vermoorden om het nootmuskaatmonopolie veilig te stellen. De overlevenden werden tot slaaf gemaakt en vervangen door plantagearbeiders. In Batavia (Jakarta) richtte de VOC haar hoofdkwartier op — de stad was een microkosmos van koloniale uitbuiting, slavernij en handel.
Na het faillissement van de VOC (1799) nam de Nederlandse staat de kolonie over. Het Cultuurstelsel (1830–1870) dwong de Javaanse bevolking om een vijfde van hun land met exportproducten (koffie, suiker, indigo) te beplanten — de winsten vloeiden rechtstreeks in de Nederlandse staatskas. Het gevolg was hongersnood en verarming op Java, terwijl Nederland profiteerde.
De koloniale tijd drukt tot op heden zijn stempel op Indonesië: De infrastructuur (spoorwegen, plantages, steden), de bestuursstructuren en niet in de laatste plaats de gedeelde ervaring van onderdrukking die het nationalisme aanwakkerde.
Achtung
De koloniale geschiedenis is in Indonesië een gevoelig onderwerp. Nederlandse toeristen worden niet negatief behandeld, maar de herinnering aan 350 jaar uitbuiting is levendig. Toon interesse en respect als het onderwerp ter sprake komt.
