Tempelarchitectuur — Hindoe, Jain & Boeddhistisch
De tempels van India zijn geen loutere gebedshuizen — ze zijn versteende kosmologieën, waarin elk element een symbolische betekenis draagt. De diversiteit is enorm:
Noord-Indiase stijl (Nagara)
Kenmerkend is de bijenkorfvormige Shikhara (toren), die naar de hemel reikt. De mooiste voorbeelden: de erotische tempels van Khajuraho (UNESCO-werelderfgoed, 10e–12e eeuw) met hun vrijmoedige sculpturen, die minder pornografie dan wel een viering van het leven in al zijn facetten voorstellen. De zonnetempels van Konark (Odisha) — een gigantische strijdwagen van de zonnegod met 24 kunstig gebeeldhouwde wielen.
Zuid-Indiase stijl (Dravidisch)
Hier domineren de Gopurams — piramidevormige tempeltorens, bedekt met honderden kleurrijke godenfiguren. Hoe dichter bij het Allerheiligste, hoe kleiner de toren (omgekeerd aan het noorden!). De dravidische tempels van Tamil Nadu — Meenakshi-tempel (Madurai), Brihadeeshwara-tempel (Thanjavur, UNESCO) en de Shore Temple (Mahabalipuram, UNESCO) — behoren tot de grootste religieuze bouwwerken ter wereld.
Boeddhistische grottempels
De grotten van Ajanta (2e eeuw v.Chr. – 6e eeuw n.Chr.) bevatten de oudste bewaard gebleven Indiase muurschilderingen — scènes uit het leven van Boeddha in levendige kleuren, die 1.500 jaar hebben overleefd. De grotten van Ellora (6e–11e eeuw) verenigen hindoeïstische, boeddhistische en jainistische grottempels — waaronder de Kailasa-tempel, die COMPLEET uit een enkele rotsberg is gehouwen (van boven naar beneden!). Beide zijn UNESCO-werelderfgoed.
