Middeleeuwen, Renaissance & Barok
De Val van Rome (476 n. Chr.)
Op 4 september 476 zette de Germaanse legerleider Odoaker de laatste West-Romeinse keizer af — het West-Romeinse Rijk was geschiedenis. Rome kromp van meer dan een miljoen naar 20.000 inwoners. De antieke monumenten vervielen, het Forum Romanum werd een koeweide (Campo Vaccino), de aquaducten stortten in.
Pauselijk Rome (800–1500)
Het christendom redde Rome: De pausen maakten de stad tot het centrum van de westerse christenheid. Pelgrimstochten brachten geld en betekenis. In de middeleeuwen was Rome een kleinere, armere, maar nog steeds symbolisch machtige stad — gekenmerkt door familievetes van adellijke families (Orsini tegen Colonna) en de voortdurende strijd tussen paus en keizer.
Renaissance & Barok (1450–1700)
De Renaissance-pausen transformeerden Rome tot de meest schitterende stad van Europa:
- Julius II (1503–1513): Begon de herbouw van de Sint-Pietersbasiliek en gaf Michelangelo de opdracht voor de Sixtijnse Kapel en Rafaël voor de Stanzen.
- Sixtus V (1585–1590): Creëerde het moderne stratenplan van Rome met de rechte assen tussen de basilieken — de straten waarop je vandaag loopt.
- Urbanus VIII (1623–1644): Bevorderde Bernini, die Rome in de hoofdstad van de barok veranderde — Sint-Pietersplein, Vierstromenfontein, baldakijn in de Sint-Pietersbasiliek.
De Plundering van Rome (Sacco di Roma, 1527) door de troepen van Karel V was een schok — duizenden kunstwerken werden vernietigd, de stad verwoest. Maar Rome herstelde zich en werd prachtiger dan ooit tevoren. De barok (17e eeuw) was de gouden eeuw van Rome: Bernini en Borromini creëerden de fonteinen, kerken en pleinen die vandaag het stadsbeeld bepalen.
