Van de Romeinen tot de Tudors
De geschiedenis van Londen begint met de Romeinen. In 43 n. Chr. stichtten zij Londinium als handelsplaats aan de Thames — de brug die zij bouwden stond ongeveer daar waar nu de London Bridge staat. Londinium groeide snel uit tot de grootste stad van Britannia (30.000 inwoners), werd in 60 n. Chr. door koningin Boudicca platgebrand (een rode aslaag is vandaag de dag nog zichtbaar in opgravingen) en weer opgebouwd.
Normandische verovering (1066)
Willem de Veroveraar versloeg bij Hastings de Angelsaksische koning Harold en marcheerde naar Londen. Om de controle te verzekeren, liet hij de Tower of London bouwen — oorspronkelijk een houten toren, al snel een massieve stenen constructie (White Tower), die de stad tot op de dag van vandaag domineert. De Westminster Abbey werd de kroningskerk, en Londen werd definitief de hoofdstad van Engeland.
Middeleeuwen & Tudors
In de middeleeuwen groeide Londen uit tot de grootste stad van Europa — en leed onder de bijbehorende problemen: de pest (Zwarte Dood, 1348–49) doodde een derde van de bevolking. Het Tudor-tijdperk (1485–1603) bracht glans en wreedheid: Hendrik VIII brak met Rome en stichtte de Church of England (omdat de paus zijn scheiding niet wilde toestaan), liet twee van zijn zes echtgenotes in de Tower onthoofden en ontbond de kloosters. Zijn dochter Elizabeth I regeerde 45 jaar, versloeg de Spaanse Armada (1588) en maakte Engeland tot een zeemacht. In haar tijd schreef Shakespeare zijn toneelstukken in het Globe Theatre.
