Romeins Griekenland (146 v. Chr. - 330 n. Chr.)
In 146 v. Chr. viel Griekenland definitief onder Romeinse heerschappij — symbolisch gemarkeerd door de vernietiging van Korinthe. Maar de Romeinen waren slim genoeg om de culturele superioriteit van hun overwonnenen te erkennen. Dichter Horatius vatte het perfect samen: "Graecia capta ferum victorem cepit" — het overwonnen Griekenland overwon zijn wilde overwinnaar.
Grieks bleef de lingua franca van het oostelijke Middellandse Zeegebied. Romeinse elites stuurden hun zonen naar Athene om te studeren. De Griekse filosofie — met name stoïcisme en epicurisme — doordrong het Romeinse denken. Keizers zoals Hadrianus (117-138 n. Chr.) waren enthousiaste filhellenen: hij voltooide het gigantische Olympieion (tempel van de Olympische Zeus) in Athene, bouwde de Hadrianusbibliotheek en een hele stadswijk.
Voor Griekenland was de Romeinse periode een tijd van relatieve vrede en welvaart (Pax Romana). Steden zoals Thessaloniki (gesticht in 315 v. Chr.) en Korinthe (als Romeinse kolonie heropgebouwd) bloeiden als handelscentra. De Via Egnatia, die van de Adriatische kust naar Constantinopel liep, was een van de belangrijkste verkeersaders van het rijk.
In deze tijd vond ook de verspreiding van het christendom plaats: de apostel Paulus predikte in Thessaloniki, Korinthe en Athene (zijn beroemde Areopagusrede voor de Atheners). Griekenland werd een van de eerste christelijke gebieden — een ontwikkeling die het land tot op heden vormt.