Van de Magyaren tot de Ottomanen
De Magyaren — het stichtende volk van Hongarije — kwamen uit de steppen van Centraal-Azië. Rond 896 n. Chr. leidde vorst Árpád zeven Magyar-stammen door de Karpaten naar het Donau-bekken — de landname (Honfoglalás), het stichtingsgebeurtenis van de Hongaarse natie. Het getal 896 is alomtegenwoordig: de koepels van het parlement en de basiliek zijn exact 96 meter hoog, de millennium-metro werd in 1896 geopend.
Het Koninkrijk Hongarije
In het jaar 1000 werd vorst István (Stefan) I. tot eerste koning gekroond — met een door de paus gezonden kroon, de Heilige Stefanskroon, die tot op de dag van vandaag in het parlement wordt bewaard. Stefan christianiseerde de Magyaren, stichtte bisdommen en creëerde een Europees koninkrijk dat meer dan 500 jaar een grootmacht was: Het middeleeuwse Hongarije strekte zich uit van de Adriatische Zee tot aan de Karpaten en omvatte het huidige Kroatië, Slowakije, delen van Roemenië en Servië.
De bloeitijd: Onder koning Matthias Corvinus (1458–1490) werd Hongarije een Renaissance-macht. Zijn hof in Buda rivaliseerde met Florence, zijn bibliotheek (Bibliotheca Corviniana) was de op een na grootste van Europa. De Corvinus-residentie in de Buda-burchtwijk, het kasteel Visegrád aan de Donau — deze pracht is tot op de dag van vandaag voelbaar.
Ottomaanse heerschappij (1541–1699)
De slag bij Mohács (1526) was de grootste ramp in de Hongaarse geschiedenis: Koning Lodewijk II viel, het Hongaarse leger werd vernietigd, en het land werd in drieën gedeeld — het westen Habsburgs, het midden Ottomaans, Transsylvanië halfautonoom. 150 jaar Ottomaanse heerschappij lieten diepe sporen na: Buda werd een provinciehoofdstad, moskeeën en baden ontstonden (de thermale baden Rudas en Király in Boedapest!), de bevolking kromp dramatisch. Pas in 1686 werd Buda door de Habsburgers heroverd.
