Koloniale tijd & moderne geschiedenis
Frans protectoraat (1881–1956)
In 1881 dwong Frankrijk het Verdrag van Bardo af en maakte Tunesië tot protectoraat. De koloniale macht moderniseerde de infrastructuur (spoorwegen, wegen, scholen), maar bouwde tegelijkertijd een systeem van economische uitbuiting en culturele onderdrukking op. De „Ville Nouvelle" (nieuwe steden) naast de medina's — zoals de Avenue Bourguiba in Tunis — stammen uit deze tijd.
Het verzet vormde zich vroeg: De Neo-Destour-partij onder leiding van Habib Bourguiba voerde de strijd om onafhankelijkheid aan. Bourguiba werd meerdere malen gearresteerd en verbannen, maar bleef het symbool van de vrijheidsstrijd.
Onafhankelijkheid en Bourguiba-tijdperk (1956–1987)
Op 20 maart 1956 werd Tunesië onafhankelijk. Habib Bourguiba werd de eerste president en begon een radicaal moderniseringsprogramma:
- Vrouwenrechten: In 1956 verbood Bourguiba polygamie, voerde het echtscheidingsrecht voor vrouwen in en garandeerde onderwijs voor meisjes — decennia voor andere Arabische landen. De Code du Statut Personnel geldt tot op de dag van vandaag als het meest progressieve familierecht van de Arabische wereld.
- Onderwijs: Massale investeringen in scholen en universiteiten. Vandaag de dag heeft Tunesië een van de hoogste alfabetiseringsgraden van Afrika.
- Sekularisatie: Bourguiba scheidde religie en staat, sloot religieuze rechtbanken en dronk eens demonstratief sinaasappelsap op televisie tijdens de Ramadan.
De keerzijde: Bourguiba regeerde steeds autoritairder en liet zich in 1975 tot „president voor het leven" benoemen.
Ben Ali & de Jasmijnrevolutie (1987–2011)
In 1987 pleegde minister van Binnenlandse Zaken Zine el-Abidine Ben Ali een staatsgreep tegen de bejaarde Bourguiba. Wat begon als vernieuwing, eindigde in een kleptocratie: Ben Ali, zijn vrouw Leila Trabelsi en hun families controleerden grote delen van de economie. Politieapparaat en censuur onderdrukten elke oppositie.
Op 17 december 2010 stak groenteverkoper Mohamed Bouazizi zichzelf in brand in Sidi Bouzid — uit wanhoop over willekeur en uitzichtloosheid. De protesten die volgden, brachten op 14 januari 2011 Ben Ali ten val. Het was de Jasmijnrevolutie — en de vonk die de Arabische Lente deed ontbranden.
Tunesië vandaag (sinds 2011)
Tunesië was het enige land van de Arabische Lente dat een (zij het fragiele) democratie ontwikkelde. In 2014 kreeg het land de vrijste grondwet van de Arabische wereld. De civiele samenleving en media zijn levendig, verkiezingen vinden regelmatig plaats.
De uitdagingen blijven groot: hoge jeugdwerkloosheid, economische moeilijkheden, regionale ongelijkheid tussen kust en binnenland. Sinds 2021 heeft president Kais Saied steeds meer macht naar zich toegetrokken, wat de democratische verworvenheden deels in twijfel trekt. Desondanks blijft Tunesië het openste en tolerantste land van de Arabische wereld.
