Religie & Fátima
Portugal is een overwegend katholiek land — ongeveer 80% van de bevolking is gedoopt, ook al daalt het aantal regelmatige kerkgangers (vooral in het zuiden en in de steden) gestaag. In het conservatieve noorden is het geloof nog stevig in het dagelijks leven verankerd: dorpskerken zijn op zondag vol, religieuze feesten structureren het jaar, en vrouwen dragen op sommige plaatsen nog zwart.
De belangrijkste bedevaartplaats is Fátima, waar in 1917 drie herderskinderen naar verluidt de Maagd Maria zagen. Vandaag de dag is Fátima een van de meest bezochte bedevaartsoorden ter wereld — miljoenen pelgrims komen jaarlijks, vooral op 13 mei en 13 oktober. Velen leggen de laatste meters op hun knieën af. De enorme basiliek en het plein (groter dan het Sint-Pietersplein in Rome) kunnen op onvoorbereide bezoekers overweldigend overkomen.
Naar naast het officiële katholicisme leeft een rijke volksreligiositeit. De Festas (dorpsfeesten ter ere van de beschermheiligen) zijn in de zomer alomtegenwoordig: processies met heiligenbeelden, fanfares, vuurwerk, gegrilde sardines en veel wijn. De beroemdste is de Festa de Santo António op 12/13 juni in Lissabon — een stadsfeest met sardines, muziek en dans in elke wijk.
Tegelijkertijd is Portugal in maatschappelijke kwesties opmerkelijk progressief voor een katholiek land: abortus werd in 2007 gelegaliseerd, het homohuwelijk werd in 2010 ingevoerd (als vierde land ter wereld), en het drugsgebruik werd al in 2001 gedecriminaliseerd — een model dat internationaal als succesvol wordt beschouwd. Deze tegenstelling tussen conservatieve religiositeit en progressieve wetgeving is typisch Portugees.
