De Strauss-dynastie & de Weense Wals
De familie Strauss heeft de wereld de Weense Wals geschonken — en Wenen zijn muzikale mythe. Johann Strauss vader (1804–1849) schreef de Radetzkymarsch, die tot op de dag van vandaag elk Nieuwjaarsconcert afsluit. Zijn zoon Johann Strauss zoon (1825–1899), de "Walskoning", componeerde meer dan 500 walsen, polka's en operettes — waaronder An der schönen blauen Donau (de officieuze hymne van Wenen en Oostenrijk), de Fledermaus en de Zigeunerbaron.
De Weense Wals was in de 19e eeuw revolutionair: Voor het eerst dansten paren dicht tegen elkaar aan — een schandaal voor de toenmalige samenleving. De driekwartsmaat, de draaibewegingen, de elegantie — dit alles werd het symbool van de Weense cultuur. Tot op de dag van vandaag opent elke bal met een wals, en de vaardigheid om de Weense Wals te dansen wordt in Oostenrijk als een basisvaardigheid beschouwd.
Het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker in de Gouden Zaal van de Musikverein wordt elk jaar op 1 januari in meer dan 90 landen uitgezonden — het is het meest bekeken klassieke concert ter wereld. De kaarten zijn extreem gewild: Men moet zich een jaar van tevoren inschrijven voor een loting. Maar: De generale repetitie op 30 december is vrij toegankelijk (aanmelding vereist).
Tijdgenoten en opvolgers: Franz Lehár (Die lustige Witwe), Carl Michael Ziehrer en Robert Stolz zetten de Weense operettetraditie voort, die als een zelfstandig genre tussen opera en musical staat.
