Middeleeuwen & Deense Unie (1066–1814)
Na de Vikingtijd beleefde Noorwegen een bloeiperiode in de hoge middeleeuwen: De staafkerken (gebouwd ca. 1000–1300) behoren tot de meest unieke bouwwerken van Europa — van de oorspronkelijk meer dan 1.000 zijn er vandaag nog slechts 28 bewaard gebleven. Bergen werd de grootste stad van Scandinavië en het centrum van het Hansekantoor.
De Zwarte Dood (1349) trof Noorwegen harder dan bijna elk ander Europees land — naar schatting twee derde van de bevolking stierf. Hele dalen werden ontvolkt, de economie stortte in, en Noorwegen werd zo verzwakt dat het in een unie met Denemarken werd getrokken.
Deens-Noorse Unie (1380–1814)
Meer dan 400 jaar was Noorwegen feitelijk een Deense provincie — geregeerd vanuit Kopenhagen, met Deens als voertaal. Deze lange vreemde overheersing verklaart waarom de Noorse identiteit zo sterk om taal, natuur en onafhankelijkheid draait. Noorse bodemschatten (hout, vis, mineralen) stroomden naar Denemarken, terwijl het land zelf arm en dunbevolkt bleef.
Positief uit deze tijd: De Hanze maakte van Bergen een internationale handelsstad, en de Noorse handelsvloot werd een van de grootste ter wereld.
