Prehistorie & Tempeltijd
Malta werd rond 5.200 v. Chr. voor het eerst bewoond — boeren uit Sicilië staken de 80 km brede zeestraat over en brachten graan, vee en keramiek mee. De tempelfase (3.600–2.500 v. Chr.) is het fascinerendste hoofdstuk van de vroege Maltese geschiedenis: Een neolithische samenleving zonder schrift, zonder metaal en zonder wiel bouwde de oudste vrijstaande bouwwerken van de mensheid.
De tempelcultuur
Tussen 3.600 en 2.500 v. Chr. ontstonden op Malta en Gozo minstens 30 monumentale tempelcomplexen, waarvan er zeven vandaag tot het UNESCO-werelderfgoed behoren: Ħaġar Qim, Mnajdra, Tarxien, Ġgantija (Gozo), Ta' Ħaġrat, Skorba en het Hypogeum van Ħal Saflieni. De tempels hadden klaverbladvormige plattegronden, waren gebouwd uit enorme kalksteenblokken (tot 20 ton) en dienden waarschijnlijk voor de cultus van een vruchtbaarheidsgodin — de talrijke „Fat Lady"-figuren wijzen daarop.
Rond 2.500 v. Chr. eindigde de tempelcultuur abrupt — en niemand weet waarom. De eilanden werden daarna bewoond door een bronstijdcultuur die crematie praktiseerde en geen tempels meer bouwde. Klimaatverandering, overbevolking of epidemieën? Het raadsel is onopgelost.
