Camagüey★★
Camagüey (325.000 inwoners) is Cuba's derde grootste stad en de meest ongewone: Haar UNESCO-beschermde oude stadsdoolhof (sinds 2008) is opzettelijk verwarrend aangelegd — de kronkelige, kriskras lopende straatjes moesten piraten en indringers misleiden. In tegenstelling tot de schaakbordachtige koloniale steden is Camagüey een doolhof waarin je heerlijk kunt verdwalen.
Het symbool van de stad zijn de Tinajas — enorme aardewerken kruiken (tot 2 m hoog), die sinds de koloniale tijd worden gebruikt voor regenwateropslag en overal in de stad staan: in binnenplaatsen, voor kerken, op pleinen. Een legende zegt dat iedereen die uit een Tinajón drinkt, voor altijd naar Camagüey terugkeert.
Bezienswaardigheden
- Plaza de los Trabajadores: Het hoofdplein met de Iglesia de la Merced (1748), waarvan het interieur indruk maakt met uitgebreide fresco's en een zilveren altaarstuk. Het geboortehuis van de nationale dichter Ignacio Agramonte is een museum (2 €).
- Plaza del Carmen: Het charmantste plein met levensgrote bronzen beelden van alledaagse mensen: een man leest de krant, een vrouw duwt een kinderwagen, een stel fluistert. Perfect fotomoment.
- Plaza San Juan de Dios: Cuba's best bewaarde koloniale plein — de gele barokke kerk en het voormalige ziekenhuis (1728, nu cultureel centrum) vormen een schilderachtig ensemble.
- Calle República: De lange voetgangerszone met winkels, cafés en straatmuzikanten. Cuba's levendigste winkelstraat.
Praktisch
Camagüey ligt halverwege tussen Trinidad en Santiago (beide ca. 4–5 uur per bus). Ideaal als tussenstop op de oostelijke route. Een halve tot hele dag is voldoende voor de oude stad. Overnachting in een van de uitstekende Casas (20–30 €), vaak in prachtige koloniale huizen met binnenplaats en Tinajón.
💡 Tipp
Verlies jezelf bewust in het doolhof van de oude stad — dat is de bedoeling! De mooiste ontdekkingen doe je als je gewoon door de straatjes dwaalt. Let op de Tinajas-aardewerken kruiken in de binnenplaatsen.
