De oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden
Voordat de Europeanen kwamen, leefden op Gran Canaria de oorspronkelijke bewoners (ook wel Canarii of — enigszins onjuist — „Guanchen" genoemd, hoewel deze term strikt genomen alleen voor Tenerife geldt). Hun oorsprong is tot op de dag van vandaag niet volledig opgehelderd, maar genetische studies tonen een verwantschap aan met de Berbers van Noord-Afrika. Ze vestigden zich waarschijnlijk in het 1e millennium v.Chr. op het eiland — en leefden daar meer dan 1.500 jaar volledig geïsoleerd.
Samenleving & Levenswijze
De oorspronkelijke bewoners van Gran Canaria waren opmerkelijk ontwikkeld voor een steentijdcultuur zonder metaalbewerking:
- Twee koninkrijken: Het eiland was verdeeld in twee Guanartematos (koninkrijken) — Telde in het oosten en Gáldar in het westen, elk geregeerd door een Guanarteme (koning).
- Grotwoningen: Ze woonden in natuurlijke en kunstmatig uitgebreide grotten (zoals in Artenara, Gáldar en Guayadeque) — een praktijk die zo praktisch bleek dat ze tot op de dag van vandaag voortduurt.
- Graanopslag: Collectieve rotsopslagplaatsen zoals de Cenobio de Valerón dienden voor de opslag van graan (vooral gerst) en vijgen.
- Astronomie: De grot van Risco Caído (UNESCO-werelderfgoed) bevat een ingenieuze zonnekalender — een bewijs van opmerkelijke astronomische kennis.
- Religie: De oorspronkelijke bewoners vereerden een moedergodin (Almogarén) en hielden religieuze ceremonies op heilige bergen — de Roque Nublo en de Roque Bentayga waren cultusplaatsen.
Hun hoofdvoedsel was Gofio — geroosterd graanmeel, dat tot op de dag van vandaag het belangrijkste basisvoedsel van de Canarische Eilanden is. Ze hielden geiten en varkens, maar visten nauwelijks — een raadsel, aangezien ze op een eiland leefden. Hun kleding bestond uit geitenhuiden, en ze gebruikten gereedschappen van steen en bot.
