Geschiedenis
Van de Grieken tot Napoleon
De bewoning van de Côte d'Azur gaat terug tot de Liguriërs, een pre-Keltisch volk dat de kust en het achterland bewoonde. Rond 600 v. Chr. stichtten Griekse kolonisten uit Phokaia de handelspost Nikaia (Nice) — de naam is afgeleid van Nike, de godin van de overwinning. Antipolis (Antibes) werd gesticht als tegenstad van Nikaia.
Romeinse tijdperk
De Romeinen veroverden de kust in de 2e eeuw v. Chr. en bouwden de Via Julia Augusta — de kustweg die vandaag de dag nog steeds als Grande Corniche bestaat. In La Turbie bouwden ze het Tropaeum Alpium (6 v. Chr.), een 35 meter hoog overwinningsmonument ter ere van keizer Augustus' overwinning op 45 Alpenstammen. Cimiez (de heuvelwijk van Nice) werd de Romeinse provinciehoofdstad Cemenelum met thermen, een amfitheater en 20.000 inwoners.
Middeleeuwen & Savoye
Na de volksverhuizingen en Saraceense invallen (de beruchte vesting Fraxinetum bij La Garde-Freinet werd pas in 972 heroverd) werd de regio verdeeld tussen het graafschap Provence (Frankrijk) en Savoye (Nice). Nice behoorde vanaf 1388 tot het Huis Savoye en daarmee tot Italië — pas in 1860 werd het in een omstreden volksstemming definitief Frans. Vandaar de Italiaanse architectuur, keuken en levensstijl van Nice.
Napoleon & de Corniche
Napoleon Bonaparte, afkomstig uit Corsica, had een bijzondere band met de kust. Hij liet de Grande Corniche uitbreiden op de route van de Romeinse Via Julia Augusta en landde in 1815 na zijn ontsnapping van Elba bij Golfe-Juan (tussen Cannes en Antibes) om zijn mars naar Parijs te beginnen — de beroemde Route Napoléon, die vandaag de dag nog steeds als toeristenroute bestaat.
De toeristische boom & Belle Époque
De Côte d'Azur als toeristische bestemming is een uitvinding van de 19e eeuw — en ze werd niet door Fransen, maar door Britse mensen uitgevonden. In de jaren 1830 ontdekte de Engelse aristocratie het milde winterklimaat van Nice als remedie tegen tuberculose. Koningin Victoria bracht meerdere winters door in Nice, de Promenade des Anglais dankt haar naam aan de Engelse wintergasten die de bouw in 1822 financierden.
De Belle Époque (1870–1914)
Met de bouw van de spoorlijn Parijs–Nice (1864) werd de Côte d'Azur bereikbaar voor de Europese hoge adel en de bourgeoisie. Er begon een ongekende bouwboom:
- 1863: Opening van het Casino de Monte-Carlo — Prins Charles III van Monaco redde zijn failliete vorstendom door een casino te bouwen. Het werd het rijkste casino ter wereld.
- 1887: De schrijver Stephen Liégeard bedacht de term „Côte d'Azur" in zijn gelijknamige boek — de naam bleef.
- 1913: Opening van het Hôtel Negresco in Nice — het meest luxueuze hotel van de kust, met een koepel ontworpen door Gustave Eiffel.
Russische grootvorsten, Britse lords, Amerikaanse miljonairs — ze bouwden allemaal villa's langs de kust, financierden kerken (de Russisch-Orthodoxe Kathedraal in Nice, de mooiste buiten Rusland), tuinen en promenades. De Côte d'Azur werd de winter-speelplaats van de wereld.
De uitvinding van het zomertoerisme (jaren 1920)
Tot in de jaren 1920 kwam men alleen in de winter naar de Côte d'Azur. Toen ontdekten de Amerikanen de zomer: F. Scott Fitzgerald en zijn vrouw Zelda brachten de zomers door in Juan-les-Pins en Cap d'Antibes, Coco Chanel maakte de zongebruinde huid salonfähig (voorheen gold bleekheid als teken van welvaart), en plotseling werd de Côte d'Azur een zomerbestemming. Fitzgeralds roman „Tender is the Night" (1934) vereeuwigt deze periode.
Filmsterren, Jetset & Moderne tijd
Cannes en het Filmfestival
Het Filmfestival van Cannes werd opgericht in 1946 — als tegenhanger van het als politiek beïnvloed beschouwde Filmfestival van Venetië. De Gouden Palm werd de meest begeerde filmprijs ter wereld. Cannes trok Hollywood naar de Côte d'Azur: Grace Kelly ontmoette hier Prins Rainier III. (1955), ze trouwden in 1956 en maakten Monaco tot het toonbeeld van koninklijke glamour.
Brigitte Bardot & Saint-Tropez
In 1956 draaide Roger Vadim „Et Dieu... créa la femme" met Brigitte Bardot in Saint-Tropez. De film maakte het slaperige vissersdorpje in één klap tot een jetset-paradijs. Bardot woont nog steeds in Saint-Tropez (nabij La Madrague) en zet zich in voor dierenbescherming.
De Côte d'Azur van de kunstenaars
De kust was in de 20e eeuw een magneet voor kunstenaars:
- Henri Matisse — Woonde 37 jaar in Nice (1917–1954). „Er is hier zo'n licht!", zei hij bij zijn aankomst.
- Marc Chagall — Woonde vanaf 1966 in Saint-Paul-de-Vence, waar hij in 1985 stierf.
- Pablo Picasso — Werkte in het Château Grimaldi in Antibes (1946), woonde zijn laatste jaren in Mougins (1961–1973).
- Pierre-Auguste Renoir — Bracht zijn laatste twaalf jaar door in Cagnes-sur-Mer (1907–1919). Zijn huis en atelier zijn nu het Musée Renoir.
- Fernand Léger — Woonde in Biot, waar nu het Musée Fernand Léger staat.
De Côte d'Azur vandaag
Vandaag de dag worstelt de Côte d'Azur met de keerzijden van haar succes: exploderende vastgoedprijzen, overtoerisme in de zomer, verkeerschaos en de spanning tussen glamour en authenticiteit. Maar het licht is nog steeds hetzelfde dat Matisse schilderde. De Provençaalse keuken is nog steeds een feest. En de schoonheid van de kust — van de kliffen van de Corniche tot de baaien van Cap d'Antibes en de bergdorpen van het achterland — is tijdloos.
War dieses Kapitel hilfreich?
