Eger — Kasteel, Wijn & Minaret
Eger is een van de mooiste en meest historische steden van Hongarije — en een van de meest onderschatte. De barokstad (56.000 inwoners) aan de voet van het Bükk-gebergte verenigt op een klein oppervlak: een machtig middeleeuws kasteel, de noordelijkste Ottomaanse minaret ter wereld, barokke kerken, een lyceum met historische bibliotheek en — vooral — het Dal der Schone Vrouwen (Szépasszonyvölgy), een van de meest romantische wijngebieden van Europa.
Het Kasteel van Eger
Het kasteel (Egri vár) troont op een heuvel boven de stad en is het toneel van een van de legendarischste belegeringen in de Hongaarse geschiedenis: in 1552 verdedigden slechts 2.000 Hongaarse soldaten en burgers onder kapitein István Dobó het kasteel tegen 35.000–40.000 Ottomaanse belegeraars — en wonnen. De overwinning werd een nationale mythe en is het onderwerp van de beroemdste Hongaarse roman („Sterne von Eger" / „Egri csillagok" van Géza Gárdonyi). Het kasteel herbergt een ondergronds kazematensysteem, een galerie en het Dobó-museum. Toegang: ca. 3.000 HUF (8€).
De Minaret
Egers minaret (1596) is de noordelijkste bewaard gebleven Ottomaanse minaret ter wereld en een van slechts drie in Hongarije. De 40 meter hoge slanke toren kan beklommen worden — 97 smalle, spiraalvormige treden leiden naar de galerij met een panoramisch uitzicht over de stad. Toegang: 600 HUF (1,50€). Niets voor claustrofoben — de toren heeft slechts een binnendiameter van 78 cm!
Dal der Schone Vrouwen (Szépasszonyvölgy)
Op 20 minuten wandelen van het stadscentrum ligt de beroemdste kelderstraat van Hongarije. Tientallen kleine wijnkelders — in de heuvel gegraven, met stenen tafels en banken ervoor — nodigen uit tot proeven. Het concept is eenvoudig en geniaal: je gaat van kelder naar kelder en proeft de wijnen direct uit het vat — een glas (1 dl) kost 200–500 HUF (0,50–1,30€). De sfeer, vooral 's avonds, is uniek: zigeunermuziek, gelach, de geur van houtskool en wijn.
De beroemdste wijn van Eger: Egri Bikavér — het „Erlauer Stierbloed". Een krachtige rode wijn-cuvée (minstens drie druivensoorten, meestal Kékfrankos, Kadarka en Cabernet), waarvan de legende zegt dat de verdedigers van het kasteel in 1552 met rode wijn gekleurd water dronken — de Ottomanen dachten dat het stierenbloed was en sloegen op de vlucht. De premiumversie „Bikavér Superior" kan zich meten met goede Bordeaux-wijnen.
