Strijd tegen het water
„God created the world, but the Dutch created the Netherlands" (God schiep de wereld, maar de Nederlanders schiepen Nederland) — dit gezegde is geen overdrijving. Een derde van het land ligt onder de zeespiegel. Zonder dijken, pompen en sluizen zou Amsterdam een aquarium zijn, de luchthaven Schiphol een meer en Rotterdam een lagune.
De geschiedenis van de polders
Sinds de middeleeuwen hebben de Nederlanders land gewonnen van de zee en meren: door indijking en drooglegging (polders). De windmolens, die we kennen van ansichtkaarten, waren in werkelijkheid hoogwaardige pompen, die water uit de polders in de kanalen pompten. Kinderdijk (19 molens) is het indrukwekkendste voorbeeld.
Het grootste landwinningsproject uit de geschiedenis: De Zuiderzeewerken (1920-1960). Een 32 km lange afsluitdijk (Afsluitdijk) veranderde de Zuiderzee in het IJsselmeer en maakte de drooglegging van enorme polders mogelijk — waaronder de hele provincie Flevoland met de hoofdstad Lelystad. Flevoland bestaat pas sinds 1968!
Deltawerken
De Watersnoodramp van 1953 — 1.836 doden, hele dorpen overstroomd — was de aanleiding voor het grootste infrastructuurproject uit de geschiedenis: de Deltawerken. 13 dammen, sluizen en stormvloedkeringen beschermen sindsdien de kust. De Oosterscheldekering (1986) is een technisch meesterwerk: 65 betonnen pijlers, 62 stalen schuiven, die alleen bij stormvloed sluiten en anders het getij behouden. De Deltawerken zijn door de American Society of Civil Engineers uitgeroepen tot een van de zeven moderne wereldwonderen.
