Religie & Spiritualiteit
De Mongoolse spiritualiteit is een fascinerende mix van Tibetaans boeddhisme, oeroude sjamanisme en animistisch natuur geloof. Zelfs overtuigde boeddhisten respecteren de geesten van de bergen, de rivieren en de hemel — en omgekeerd bezoeken sjamanen boeddhistische kloosters. Dit naast elkaar bestaan van verschillende geloofsovertuigingen is typisch voor Mongolië en maakt deel uit van wat de cultuur zo fascinerend maakt.
Tibetaans boeddhisme
Het Tibetaans boeddhisme (Gelug-school, zoals bij de Dalai Lama) kwam in de 16e eeuw naar Mongolië en werd de dominante religie. Op het hoogtepunt waren er meer dan 700 kloosters en een derde van alle mannelijke Mongolen waren monniken. De Sovjets vernietigden in 1937/38 bijna alle kloosters en doodden of deporteerden tienduizenden monniken — een culturele ramp. Sinds 1990 beleeft het boeddhisme een renaissance: meer dan 200 kloosters zijn herbouwd, en het Gandan-klooster in Ulaanbaatar is weer het spirituele centrum van het land.
Sjamanisme — het oudere geloof
Voor het boeddhisme was het sjamanisme de religie van de steppenvolkeren. Sjamanen zijn bemiddelaars tussen de zichtbare wereld en de geestenwereld. Ze voeren rituelen uit, genezen ziekten en communiceren met de geesten van de voorouders, de dieren en de natuur. Dzjengis Khan zelf raadpleegde sjamanen voor zijn veldtochten. Tegenwoordig beleven sjamanistische praktijken een heropleving — vooral in de afgelegen regio's en bij de Tsaatan in het noorden.
Ovoo — heilige steenhoop
Overal in het Mongoolse landschap zie je Ovoo — conische steenhoop op bergpassen en heuvels, versierd met blauwe doeken (Khadag), botten en gebedsvlaggen. Ovoo zijn offerplaatsen voor de lokale geesten. De traditie: Omcirkel de Ovoo drie keer met de klok mee, leg er een steen bij en doe een wens. Sommige reizigers sprenkelen ook een paar druppels wodka of melk. Respecteer de Ovoo — ze zijn geen decoratie, maar heilige plaatsen.
