Het tijdperk van de ontdekkingen
De 15e en 16e eeuw waren de gouden eeuw van Portugal — en Lissabon was het centrum van de wereld. Van hieruit vertrokken de ontdekkingsreizigers die de wereldkaart opnieuw tekenden:
- 1415: Verovering van Ceuta (Marokko) — het begin van de expansie.
- 1488: Bartolomeu Dias rondt de Kaap de Goede Hoop.
- 1498: Vasco da Gama bereikt India — de zeeroute naar Azië is gevonden. Hij vertrok vanuit Belém.
- 1500: Pedro Álvares Cabral ontdekt Brazilië.
- 1519–1522: Fernão de Magalhães (Magellaan, een Portugees in Spaanse dienst) vaart de wereld rond.
De specerijenroute maakte Portugal onmetelijk rijk: peper, kaneel, kruidnagel en nootmuskaat uit India en Zuidoost-Azië. Koning Manuel I liet met deze rijkdom het Jerónimos-klooster en de Toren van Belém bouwen — in de unieke manuelijnse stijl, die maritieme en exotische motieven in de architectuur integreerde. Lissabon werd de rijkste en kosmopolitischste stad van Europa.
De keerzijde: Portugal begon de trans-Atlantische slavenhandel. In de 15e en 16e eeuw was Lissabon de grootste slavenmarkt van Europa — een donker hoofdstuk dat steeds meer wordt verwerkt.
