Hongaarse Identiteit
De Hongaren (Magyaren) zijn een bijzonder volk in Europa: hun taal behoort tot de Fins-Oegrische taalfamilie — verwant alleen met Fins en Ests, dus met geen enkele naburige taal. Hongaars (Magyar) is voor Nederlandstaligen volledig onbegrijpelijk — geen Latijnse, Germaanse of Slavische wortels helpen. „Köszönöm" (Dank je) en „Szia" (Hallo/Doei) zijn de belangrijkste woorden.
Het Hongaarse Karakter
- Melancholie en Levensvreugde: Hongaren zeggen van zichzelf dat ze „het vrolijkste trieste volk ter wereld" zijn. De geschiedenis van nederlagen (Mongolen, Ottomanen, Habsburgers, Trianon, 1956) heeft een eigenaardige mix van trots en berusting gecreëerd — die zich weerspiegelt in de muziek (de klaaglijke zigeunermuziek), in de thermale baden (de contemplatieve badcultuur) en in de ruïnebars (de schoonheid van verval).
- Uitvindersgeest: Hongaren zijn ervan overtuigd dat ze alles belangrijks hebben uitgevonden — en ze hebben niet helemaal ongelijk: de balpen (László Bíró), de Rubik's kubus (Ernő Rubik), het vitamine C-onderzoek (Albert Szent-Györgyi), de basis van de informatica (John von Neumann) en hologrammen (Dennis Gábor). Met 13 Nobelprijswinnaars (in verhouding tot de bevolking een van de hoogste percentages) hebben ze reden tot trots.
- Koffiehuiscultuur: Boedapest was rond 1900 de koffiehoofdstad van de wereld — met meer dan 500 cafés, waar schrijvers, journalisten en kunstenaars leefden en werkten. Het New York Kávéház (1894) gold als het „mooiste koffiehuis ter wereld" en is tot op de dag van vandaag in bedrijf — een roes van goud, marmer en fresco's. Een koffie kost hier 2.500 HUF (6€) — je betaalt voor de geschiedenis en de sfeer.