Habsburgse glorieperiode & het moderne Boedapest
De Dubbelmonarchie (1867–1918)
De Ausgleich van 1867 maakte Hongarije tot gelijkwaardige partner in de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie. Boedapest beleefde een ongekende bouwhausse: het Parlement, de Opera, de Andrássy-straat, de Kettingbrug, de Grote Markthal, de Millennium-metro (de eerste op het continent!) — alles ontstond in enkele decennia. Boedapest werd een wereldstad, gelijkwaardig aan Wenen, en de bevolking explodeerde van 270.000 (1867) tot meer dan 1 miljoen (1910).
De kroning van Franz Joseph en Elisabeth (Sisi) in 1867 in de Matthiaskerk markeerde het begin van deze gouden eeuw. Sisi, die van Hongarije hield en Hongaars sprak, is in Boedapest tot op de dag van vandaag populairder dan in Wenen — haar naam siert een brug, een uitkijkpunt en talloze cafés.
De tragedies van de 20e eeuw
Na de Eerste Wereldoorlog verloor Hongarije door het Verdrag van Trianon (1920) twee derde van zijn grondgebied en een derde van zijn bevolking — een nationaal trauma dat tot op de dag van vandaag doorwerkt.
In de Tweede Wereldoorlog was Boedapest het toneel van een van de ergste belegeringen van de oorlog (december 1944 – februari 1945): 38.000 burgers stierven, alle Donau-bruggen werden vernietigd, de Burchtwijk lag in puin. Daarvoor: de deportatie van meer dan 400.000 Hongaarse Joden in 1944, de moorden aan de Donau door de Pijlkruisers en de heldhaftige reddingsacties van Raoul Wallenberg en andere diplomaten.
Communisme en Revolutie (1945–1989)
Na 1945 werd Hongarije een Sovjet-satellietstaat. Op 23 oktober 1956 brak de Hongaarse Revolutie uit: studenten en arbeiders eisten democratie en het vertrek van de Sovjets. Twee weken lang was Boedapest vrij — toen rolden Sovjet-tanks binnen en sloegen de opstand bloedig neer (2.500 doden, 200.000 vluchtelingen). De kogelgaten aan de Technische Universiteit en bij de Corvin-bioscoop zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar.
De omwenteling en het heden
1989: Het IJzeren Gordijn viel, mede dankzij de beslissing van Hongarije om de grens met Oostenrijk te openen en DDR-vluchtelingen te laten vertrekken. Sinds 2010 regeert Viktor Orbán met zijn Fidesz-partij — wat binnen de EU en ook in Boedapest zelf controversieel wordt besproken. Boedapest is een liberale, kosmopolitische eiland in een steeds conservatiever land — de spanningen tussen hoofdstad en regering zijn voelbaar.