Van de Confederatie tot de nationale staat
Op 1 augustus 1291 sloten volgens de legende de drie oerkantons Uri, Schwyz en Unterwalden op de Rütli-weide aan het Vierwoudstrekenmeer de Bundesbrief — een bijstandsverdrag tegen de Habsburgse overheersing. Of Wilhelm Tell, de geweigerde groet voor de hoed op de stok en het appel-schot echt hebben plaatsgevonden, weet niemand — maar het verhaal werd de oprichtingsmythe van een natie.
Vast staat: In de daaropvolgende eeuwen groeide de Confederatie door vrijwillige toetreding en militaire kracht. De Zwitserse huurlingen werden beschouwd als de meest gevreesde krijgers van Europa — hun standvastigheid bij de Slag bij Morgarten (1315) en Sempach (1386) tegen de Habsburgers is legendarisch. Tot op de dag van vandaag beschermt de Pauselijke Zwitserse Garde het Vaticaan — opgericht in 1506, het oudste en kleinste leger ter wereld.
De Reformatie verdeelde de Confederatie: Huldrych Zwingli hervormde Zürich (1519), Jean Calvin maakte van Genève het „protestantse Rome" (1536). Katholieke en hervormde kantons stonden vijandig tegenover elkaar — maar de losse bond bleef bestaan omdat hij diversiteit toeliet. Dit principe vormt Zwitserland tot op de dag van vandaag.
In 1648 werd Zwitserland in de Vrede van Westfalen officieel onafhankelijk van het Heilige Roomse Rijk. Napoleon bezette het land in 1798 en creëerde de kortstondige Helvetische Republiek. De Sonderbund-oorlog (1847) — de laatste burgeroorlog op Europese bodem — eindigde met de moderne Bondsstaat (1848), een federale democratie naar Amerikaans voorbeeld, maar met een uniek collegiaal regeringssysteem.
💡 Tipp
Het Bundesbriefmuseum in Schwyz toont het originele document uit 1291 — een van de belangrijkste historische documenten van Europa. Toegang 10 CHF. Ook de Rütli-weide aan het Vierwoudstrekenmeer is per schip bereikbaar (vrij toegankelijk) — een nationaal heiligdom.
