Basis & Uitspraak
Bahasa Indonesia is een geniale uitvinding: Toen de oprichters in 1928 een gemeenschappelijke taal nodig hadden, kozen ze niet voor Javaans (dat de meeste mensen spraken), maar voor Maleis — een handelstaal die als neutraal werd beschouwd en grammaticaal extreem eenvoudig is. Vandaag de dag spreken meer dan 270 miljoen mensen Bahasa Indonesia.
Waarom Bahasa zo eenvoudig is
- Geen vervoegingen: „Saya makan" = Ik eet, ik at, ik zal eten (tijdsaanduiding geeft de context)
- Geen naamvallen: Geen geslacht, geen naamval, geen meervoudsuitgangen
- Latijns schrift: Alles wordt bijna precies zo uitgesproken als het geschreven is
- Veel leenwoorden: Uit het Nederlands (gratis = gratis, handuk = handdoek), Portugees (meja = mesa = tafel), Arabisch en Sanskriet
Uitspraak
- c = tsj (zoals in „Tschüss"): candi = tsjandi
- j = dzj (zoals in „Dschungel"): Jakarta = Dsjakarta
- ng = zoals in „zingen": nangka = nangka
- ngg = zoals in „vinger": Mangga = Mangga
- r = gerold (zoals in het Spaans)
- h = altijd hoorbaar, ook aan het einde van een woord: rumah = ruma-h
