Tweede Wereldoorlog & Anne Frank
Amsterdam heeft een van de tragischste oorlogsverhalen van Europa. Nederland werd op 10 mei 1940 door nazi-Duitsland binnengevallen en in vijf dagen veroverd (het bombardement op Rotterdam dwong de capitulatie af). Amsterdam werd vijf jaar lang bezet.
De vervolging van de Joden
Voor de oorlog had Amsterdam een bloeiende Joodse gemeenschap van ongeveer 80.000 mensen — zij was een integraal deel van de stad sinds de 17e eeuw. De nazi's deporteerden systematisch de Joodse bevolking: 75% van de Nederlandse Joden (meer dan 100.000 mensen) werd vermoord — het hoogste percentage in West-Europa.
Het verhaal van Anne Frank (1929–1945) staat symbool voor deze verschrikking. De familie Frank verschool zich meer dan twee jaar in het Achterhuis aan de Prinsengracht 263. Annes dagboek, dat ze daar schreef, werd na de oorlog het meest gelezen dagboek uit de geschiedenis en een van de belangrijkste literaire getuigenissen van de Holocaust.
Verzet & Hongersnood
De Nederlanders boden op verschillende manieren verzet: De Februaristaking (25–26 februari 1941) was het enige massale, openlijke protest tegen de Jodenvervolging in heel West-Europa — Amsterdamse arbeiders legden uit solidariteit het werk neer. In de laatste oorlogswinters (1944/45) beleefde Amsterdam de Hongerwinter: De voedselvoorziening stortte in, meer dan 20.000 mensen stierven in Nederland van de honger. De bevrijding door de Canadezen op 5 mei 1945 wordt tot op heden jaarlijks gevierd (Bevrijdingsdag).