Van vissersdorp tot Gouden Eeuw
De geschiedenis van Amsterdam begint met een dam. Rond 1270 bouwden vissers een dam in de Amstel — Amstel-Dam werd de nederzetting die voor het eerst in 1275 in documenten wordt genoemd. De stad groeide snel: strategisch gunstig gelegen, met toegang tot de Noordzee via de Zuiderzee (nu IJsselmeer).
De Gouden Eeuw (1585–1672)
In de 17e eeuw beleefde Amsterdam zijn bloeitijd — de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was de rijkste en machtigste natie ter wereld, en Amsterdam haar hart:
- VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie): Opgericht in 1602, was de VOC het eerste aandelenbedrijf ter wereld. Vanuit Amsterdam controleerden Nederlandse kooplieden de specerijenhandel met Indonesië, de zijdenhandel met Japan en de handelsverkeer over alle wereldzeeën. De Amsterdamse beurs (1602) was de eerste ter wereld.
- Grachtengordel: Tussen 1613 en 1665 werd de beroemde Grachtengordel aangelegd — een van de meest gedurfde stadsplannen uit de geschiedenis. Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht ontstonden als concentrische halfronden, aan de oevers waarvan de rijkste kooplieden hun grachtenhuizen bouwden.
- Kunst: Rembrandt, Vermeer, Frans Hals — de grootste schilders uit de westerse kunstgeschiedenis leefden en werkten in deze tijd in Amsterdam. Rembrandts atelier lag in de Jodenbreestraat (nu Museum het Rembrandthuis).
- Tolerantie: Amsterdam was de tolerantste plek ter wereld: Joden uit Spanje en Portugal, Hugenoten uit Frankrijk, dissidenten uit heel Europa vonden hier een toevluchtsoord. Deze tolerantie was niet altruïstisch — ze was economisch slim: De vluchtelingen brachten kennis, kapitaal en handelsverbindingen mee.
De Gouden Eeuw eindigde met het Rampjaar (rampjaar) 1672: Oorlog tegen Engeland, Frankrijk en de bisschoppen van Münster en Keulen tegelijkertijd. Amsterdam overleefde het, maar verloor zijn hegemonie aan Engeland.