Geschiedenis van Spanje
Romeinen & Moren (218 v. Chr. – 1492)
De geschiedenis van Spanje begint lang voor de Romeinen: In de grotten van Altamira (Cantabrië) maakten mensen meer dan 15.000 jaar geleden muurschilderingen van adembenemende schoonheid — de „Sixtijnse Kapel van de prehistorie". Iberiërs, Kelten en Feniciërs beïnvloedden het schiereiland, voordat de Romeinen in 218 v. Chr. tijdens de Tweede Punische Oorlog landden.
Hispania — Roms rijkste provincie
De Romeinen noemden het schiereiland Hispania en maakten het tot een van hun welvarendste provincies. Twee Romeinse keizers — Trajanus en Hadrianus — kwamen uit Italica bij Sevilla. Het erfgoed is vandaag de dag nog tastbaar: het aquaduct van Segovia (zonder mortel uit 20.000 granieten blokken opgebouwd), het theater van Mérida (nog steeds bespeeld), de brug van Alcántara en de stadsmuren van Lugo (UNESCO-werelderfgoed). Latijn werd de basis van het Castiliaans — de huidige Spaanse taal.
Al-Andalus — 800 jaar islamitische hoogcultuur
In 711 staken Berbers en Arabieren onder Tariq ibn Ziyad de Straat van Gibraltar over (vernoemd naar hem: Jabal Tariq, „Berg van Tariq") en veroverden binnen enkele jaren bijna het hele schiereiland. Wat volgde, was een van de briljantste beschavingen van de middeleeuwen.
Het Emiraat en latere Kalifaat van Córdoba (929–1031) werd het culturele centrum van Europa. Córdoba had in de 10e eeuw een miljoen inwoners (meer dan Constantinopel), 70 bibliotheken, 900 openbare baden en straatverlichting. De Mezquita van Córdoba — met zijn 856 zuilen van jaspis, marmer en onyx — is het meest adembenemende bouwwerk van deze periode.
In Al-Andalus leefden moslims, christenen en joden in een voor de middeleeuwen unieke Convivencia (samenleving) — niet altijd vreedzaam, maar intellectueel vruchtbaar. Arabische geleerden vertaalden Griekse filosofie, ontwikkelden algebra en astronomie verder en brachten irrigatietechniek, citrusvruchten, rijst en saffraan naar Europa. Zonder Al-Andalus geen Europees middeleeuwen zoals wij die kennen.
De Alhambra in Granada, gebouwd in de 13e en 14e eeuw door de Nasriden, is het meesterwerk van Moorse architectuur — een paleis van licht, water en geometrische perfectie, dat jaarlijks drie miljoen bezoekers trekt.
Tipp
Tickets voor het Alhambra minstens 2-3 maanden van tevoren online boeken! De Nasridenpaleizen hebben streng beperkte tijdsloten. Zonder voorboeking sta je voor gesloten deuren.
Reconquista (722–1492)
De Reconquista — de christelijke „herovering" — begon volgens de legende in 722 met de slag bij Covadonga in Asturië, waar een Visigotische edelman genaamd Pelayo de Moren versloeg. Historisch gezien was het waarschijnlijk slechts een klein schermutseling, maar het werd de oprichtingsmythe van Spanje.
De Reconquista was geen uniforme kruistocht, maar een 800 jaar durend proces, gekenmerkt door wisselende allianties, burgeroorlogen en pragmatisch pragmatisme. Christelijke koningen sloten bondgenootschappen met Moorse heersers tegen andere christenen, islamitische vorsten zochten christelijke hulp tegen rivalen.
De grote mijlpalen
- 1085: Verovering van Toledo door Alfons VI van Castilië — een keerpunt
- 1212: De slag bij Las Navas de Tolosa brak de macht van de Almohaden definitief
- 1236: Ferdinand III van Castilië verovert Córdoba
- 1248: Val van Sevilla
- 1469: Huwelijk van Isabel van Castilië en Fernando van Aragón — de „Katholieke Koningen" (Reyes Católicos) verenigen de twee machtigste christelijke rijken
- 2 januari 1492: Val van Granada, het laatste Moorse koninkrijk. Boabdil, de laatste sultan, zou bij het verlaten van de stad hebben gehuild — zijn moeder zei: „Huil als een vrouw om wat je als man niet kon verdedigen."
1492 was een lotjaar: Granada viel, Columbus „ontdekte" Amerika, en de Joden werden uit Spanje verdreven. De verdrijving van de Sepharden (Spaanse Joden) en later de Morisken (gedwongen bekeerde moslims, definitief in 1609) was een culturele en economische ramp, waarvan Spanje zich eeuwenlang niet herstelde.
Gouden Eeuw & Koloniën (1492–1700)
Met de ontdekking van Amerika begon Spanje's Siglo de Oro — de Gouden Eeuw, waarin het land uitgroeide tot wereldmacht en tegelijkertijd de kiem van zijn ondergang legde.
Het grootste imperium in de geschiedenis
Onder Karel V. (keizer van het Heilige Roomse Rijk en koning van Spanje, 1516–1556) en zijn zoon Filips II. (1556–1598) strekte het Spaanse wereldrijk zich uit van de Filipijnen over Zuid-Amerika tot in de Nederlanden. „In mijn rijk gaat de zon niet onder", zei Karel V. — en het klopte.
De Conquistadores — Hernán Cortés (Azteken, 1519–1521), Francisco Pizarro (Inca, 1532) — brachten onmetelijke rijkdommen naar Spanje: goud en zilver uit Mexico en Peru. Sevilla werd de poort naar de Nieuwe Wereld; het Archivo de Indias (nu UNESCO-werelderfgoed) herbergt 80 miljoen pagina's koloniale documenten.
Kulturele bloei
Paradoxaal genoeg beleefde Spanje zijn grootste culturele bloei, terwijl het imperium al begon af te brokkelen:
- Cervantes schreef de „Don Quijote" (1605/1615) — de eerste moderne roman van de wereldliteratuur
- Velázquez schilderde „Las Meninas" — een van de meest geanalyseerde schilderijen in de kunstgeschiedenis
- El Greco creëerde in Toledo zijn mystieke visioenen
- Lope de Vega en Calderón de la Barca revolutioneerden het theater
Ondergang
Het goud uit Amerika werd verspild aan eindeloze oorlogen (Nederlanden, Engeland, Frankrijk), in plaats van in de economie te investeren. De Spaanse Armada mislukte in 1588 voor Engeland. In de 17e eeuw verloor Spanje stukje bij beetje zijn bezittingen. De Spaanse Successieoorlog (1701–1714) beëindigde de Habsburgse lijn en bracht de Bourbons op de troon — die tot op de dag van vandaag regeren.
Tipp
Het Museo del Prado in Madrid herbergt de beste collectie Spaanse meesters (Velázquez, Goya, El Greco). Gratis toegang dagelijks in de laatste twee uur voor sluitingstijd!
Burgeroorlog & Franco-dictatuur (1936–1975)
De 19e eeuw bracht Spanje Napoleontische bezetting (1808–1814), het verlies van bijna alle koloniën (de laatste — Cuba, Puerto Rico, Filipijnen — gingen in 1898 verloren), Carlistenoorlogen, militaire staatsgrepen en een korte Eerste Republiek. Het land wankelde tussen monarchie, republiek en chaos.
De Tweede Republiek (1931–1936)
In 1931 werd koning Alfons XIII in ballingschap gestuurd en werd de Tweede Spaanse Republiek uitgeroepen. De republiek probeerde radicale hervormingen: landhervorming, scheiding van kerk en staat, autonomie voor Catalonië en Baskenland, vrouwenkiesrecht. Maar de samenleving was diep verdeeld — grootgrondbezitters, kerk en leger stonden tegenover arbeiders, socialisten en anarchisten.
De Burgeroorlog (1936–1939)
Op 17 juli 1936 pleegden nationalistische generaals onder leiding van Francisco Franco een staatsgreep tegen de gekozen regering. Wat volgde waren drie jaar burgeroorlog — een voorbode van de Tweede Wereldoorlog, waarin de fronten van de Europese ideologieën op elkaar botsten.
De Nationalisten (leger, kerk, grootgrondbezitters, Falange) werden gesteund door Hitler en Mussolini. Het Duitse Legioen Condor bombardeerde op 26 april 1937 de Baskische stad Guernica — het eerste systematische tapijtbombardement in de geschiedenis. Picasso vereeuwigde de verschrikking in zijn beroemdste schilderij.
De Republikeinen (socialisten, communisten, anarchisten, Baskische en Catalaanse nationalisten) kregen hulp van de Sovjetunie en de Internationale Brigades — 35.000 vrijwilligers uit 50 landen, waaronder schrijvers als Hemingway en Orwell. Maar de westerse mogendheden praktiseerden „niet-inmenging".
De oorlog kostte ongeveer 500.000 mensenlevens. Nog eens 500.000 vluchtten naar het buitenland, vooral naar Frankrijk en Mexico.
De Franco-dictatuur (1939–1975)
Franco regeerde Spanje 36 jaar lang als autoritaire dictator. De naoorlogse periode werd gekenmerkt door repressie, armoede en internationale isolatie. Regionale talen (Catalaans, Baskisch, Galicisch) werden verboden, politieke tegenstanders vervolgd, in de Valle de los Caídos (Vallei van de Gevallenen) werden dwangarbeiders gedwongen een gigantisch monument te bouwen.
Vanaf de jaren 1960 opende Spanje zich economisch: Het massatoerisme begon aan de Costa Brava en de Costa del Sol, de industrie groeide, en er ontstond een nieuwe middenklasse. Miljoenen Spanjaarden emigreerden als gastarbeiders naar Duitsland, Frankrijk en Zwitserland — een ervaring die het begrip voor hedendaagse migratie vormgeeft.
Franco stierf op 20 november 1975. Zijn graf werd in 2019 uit de Valle de los Caídos naar een onopvallend familiegraf overgebracht — een symbolische daad van democratische verwerking.
Achtung
De burgeroorlog en de Franco-tijd zijn in veel families nog levende herinneringen. De „Ley de Memoria Histórica" probeert sinds 2007 de slachtoffers te rehabiliteren en massagraven te openen. Het is een onderwerp dat Spanjaarden beweegt — respectvolle nieuwsgierigheid is welkom, bagatellisering niet.
Democratie & EU (1975 – heden)
De overgang van dictatuur naar democratie — de Transición — wordt beschouwd als een van de meest verbazingwekkende politieke wonderen van de 20e eeuw. Koning Juan Carlos I., door Franco als opvolger aangewezen, dreef de democratisering actief vooruit.
De Transición (1975–1982)
Premier Adolfo Suárez organiseerde in 1977 vrije verkiezingen. De Grondwet van 1978 creëerde een parlementaire staat met verregaande autonomie voor de 17 regio's (Comunidades Autónomas). Het „Pact van Vergetelheid" (Pacto del Olvido) — de stilzwijgende overeenkomst om de misdaden van de dictatuur niet strafrechtelijk te vervolgen — maakte de vreedzame overgang mogelijk, maar wordt tot op de dag van vandaag controversieel besproken.
Op 23 februari 1981 (23-F) probeerde luitenant-kolonel Tejero met Guardia-Civil-eenheden een militaire staatsgreep, stormde het parlement en hield de afgevaardigden gegijzeld. Koning Juan Carlos richtte zich in een tv-toespraak tot de natie en stelde zich duidelijk achter de democratie. De staatsgreep mislukte — een sleutelmoment in de Spaanse geschiedenis.
EU-toetreding en modernisering
- 1982: NAVO-toetreding
- 1986: EU-toetreding — enorme moderniseringsimpuls door EU-structuurfondsen. Snelwegen, hogesnelheidstreinen (AVE), luchthavens worden gebouwd
- 1992: Het lotjaar van Spanje — Olympische Spelen in Barcelona, Wereldtentoonstelling Expo in Sevilla, Madrid wordt Europese Culturele Hoofdstad. Spanje presenteert zich aan de wereld als een modern, dynamisch land
- 2002: Invoering van de euro
- 2004: Islamitische terreuraanslagen in Madrid (11-M), 193 doden
- 2008–2014: Ernstige economische crisis, vastgoedzeepbel barst, jeugdwerkloosheid boven 50%
- 2017: Catalonië-crisis — illegaal onafhankelijkheidsreferendum, politiegeweld, vlucht van president Puigdemont
- 2014/2019: Troonsafstand van Juan Carlos I., zijn zoon Felipe VI. wordt koning. Juan Carlos I. gaat in 2020 wegens corruptiebeschuldigingen in ballingschap naar Abu Dhabi
Vandaag de dag is Spanje de vierde grootste economie van de eurozone, een populaire bestemming voor emigranten en digitale nomaden en na Frankrijk het meest bezochte land van Europa met jaarlijks meer dan 85 miljoen toeristen.
War dieses Kapitel hilfreich?
