Van Singapura tot de koloniale tijd
Het eiland op het zuidelijkste punt van het Maleisische schiereiland was eeuwenlang een Maleisisch vissersdorp. Volgens de legende gaf de Srivijaya-prins Sang Nila Utama het eiland in de 14e eeuw de naam Singapura (Leeuwenstad), nadat hij naar verluidt een leeuw had gezien — hoewel er nooit leeuwen op het eiland waren (waarschijnlijk was het een Maleise tijger).
Stamford Raffles en de koloniale tijd (1819–1942)
Op 29 januari 1819 landde Sir Thomas Stamford Raffles, een agent van de Britse Oost-Indische Compagnie, op Singapore en herkende onmiddellijk het strategische potentieel: Het eiland lag aan de Straat van Malakka, de belangrijkste scheepvaartroute tussen China en India. Raffles sloot een verdrag met de lokale sultan en maakte van Singapore een Britse vrijhandelshaven — geen douanerechten, geen belastingen.
Het concept werkte: Binnen enkele jaren werd Singapore de belangrijkste doorvoerhaven van Zuidoost-Azië. Chinese, Indiase, Maleisische en Arabische handelaren stroomden naar het eiland. Raffles legde de etnische wijken vast (Chinatown voor Chinezen, Kampong Glam voor Maleisiërs en Arabieren, Little India voor Indiërs) — een planning die tot op de dag van vandaag zichtbaar is. Het Raffles Hotel (1887) werd het symbool van koloniale pracht.
