Geschiedenis
Van de Vikingen tot Hanzestad
De eerste nederzettingen op de plek van het huidige Kopenhagen ontstonden rond 800 n. Chr. als vissersdorp. De naam København betekent „Koopmanshaven" (Køpmannæhafn) — handel was vanaf het begin de DNA van de stad.
Bisschop Absalon & de oprichting (1167)
De officiële oprichtingsdatum is 1167, toen bisschop Absalon een kasteel bouwde op het eiland Slotsholmen — daar waar nu het Christiansborg-paleis staat. De ruïnes van zijn kasteel zijn nog steeds te bezichtigen in de kelder van het paleis. Absalon maakte van het vissersdorp een versterkte handelsnederzetting, die snel groeide.
Hanze & Opkomst
In de 13e en 14e eeuw vocht Kopenhagen met de Hanzestad Lübeck om de controle over de Oostzeehandel. In 1376 werd Kopenhagen de residentiestad van de Deense koningen, in 1443 officieel de hoofdstad van Denemarken. De Kalmar Unie (1397–1523) verenigde Denemarken, Noorwegen en Zweden onder één koning — met Kopenhagen als machtscentrum.
Christian IV & de Grootmachtperiode
Christian IV. (reg. 1588–1648) is Kopenhagens populairste koning — de bouwheer die de stad in een Renaissance-metropool veranderde. Hij bouwde het Rosenborg-paleis, de Rundetårn, de Beurs (Børsen met de drakestaarttoren), Christianshavn en talloze andere gebouwen. Zijn motto: Regna Firmat Pietas (Vroomheid versterkt de rijken) — maar in werkelijkheid was hij een drink- en bouwlustige koning die Kopenhagen zijn huidige gezicht gaf.
De oorlogen tegen Zweden
De 17e eeuw bracht verwoestende oorlogen tegen Zweden. In 1658/59 marcheerde de Zweedse koning Karel X. Gustaaf over de bevroren zee (!) naar Seeland en belegerde Kopenhagen. De stad hield stand — ternauwernood. Maar Denemarken verloor Skåne, Halland en Blekinge (het huidige Zuid-Zweden) voorgoed. Kopenhagen werd een grensstad aan de Öresund, met Zweden direct tegenover.
Absolutisme (1660–1849)
Na de oorlogsnederlagen werd Denemarken in 1660 een absolute monarchie. De koningen resideerden aanvankelijk in het Kopenhagense kasteel (dat driemaal afbrandde), daarna in Amalienborg (vanaf 1794). Kopenhagen groeide, werd versterkt (Kastellet) en ontwikkelde zich tot handels- en cultuurcentrum van het noorden.
Branden, Bombardement & Moderne Tijd
De grote branden (1728 & 1795)
Twee verwoestende branden vernietigden grote delen van Kopenhagen: in 1728 brandde 28% van de stad af (1.600 huizen, 5 kerken), in 1795 nog eens 20%. Daarom stamt de architectuur van Kopenhagen grotendeels uit de late 18e eeuw — de middeleeuwse stad is bijna volledig verdwenen.
Het Britse bombardement (1807)
Tijdens de Napoleontische oorlogen bombardeerde de Britse Royal Navy Kopenhagen drie dagen lang (2–5 september 1807) om de Deense vloot te veroveren — een preventieve aanval om te voorkomen dat Napoleon deze zou gebruiken. Het bombardement doodde ongeveer 2.000 burgers en vernietigde grote delen van de oude stad. Denemarken verloor zijn gehele vloot en werd gedegradeerd tot tweederangs macht.
Gouden Eeuw (19e eeuw)
Ondanks politieke onbeduidendheid beleefde Kopenhagen een culturele Gouden Eeuw: Hans Christian Andersen schreef zijn sprookjes, Søren Kierkegaard legde de basis voor het existentialisme, Bertel Thorvaldsen creëerde classicistische sculpturen, en de kunstenaars van de Skagen-school schilderden het noordelijke licht. In 1843 opende de Tivoli, in 1849 kreeg Denemarken zijn grondwet — het einde van het absolutisme.
Bezetting & Bevrijding
Op 9 april 1940 bezette nazi-Duitsland Denemarken — de „vreedzame bezetting" duurde slechts enkele uren. De Deense regering werkte aanvankelijk samen om de bevolking te beschermen, maar organiseerde in 1943 de redding van 7.000 Deense Joden naar Zweden — een van de opmerkelijkste reddingsacties van de Tweede Wereldoorlog. Op 5 mei 1945 werd Denemarken bevrijd.
Welvaartsstaat & Moderne Tijd
Na de oorlog bouwde Denemarken de Scandinavische welvaartsstaat op: gratis onderwijs, gratis gezondheidszorg, genereuze sociale voorzieningen — gefinancierd door hoge belastingen (tot 52% inkomstenbelasting). In 1971 werd Christiania opgericht. In 2000 opende de Öresundbrug. Vandaag de dag wordt Kopenhagen beschouwd als een van de meest leefbare steden ter wereld — en de Denen worden regelmatig beschouwd als het gelukkigste volk ter wereld.
War dieses Kapitel hilfreich?
