Geschiedenis
Van de inheemse volkeren tot de onafhankelijkheid
Inheemse volkeren (voor 13.000 jaar – 1516)
Lang voor de komst van de Europeanen leefden op het gebied van het huidige Argentinië talrijke inheemse volkeren met totaal verschillende culturen:
- Mapuche in het zuiden: Strijdlustige ruiters die zich meer dan 300 jaar lang succesvol tegen de Spanjaarden verzetten — als enige Zuid-Amerikaanse volk nooit definitief veroverd
- Guaraní in het noordoosten: Sedentaire boeren die later in de jezuïetenreducties (San Ignacio Miní) leefden
- Diaguita en Quechua in het noordwesten: Onder invloed van het Inca-rijk, landbouw, terrasbouw, complexe samenlevingen
- Tehuelche in Patagonië: Nomadische jagers, door Magellan „Patagones" (Grootvoeters) genoemd — ze droegen guanaco-vacht schoenen waardoor hun voeten enorm leken. Deze naam gaf de hele regio haar naam: Patagonië
- Yámana (Yaghan) in Vuurland: Het zuidelijkste volk ter wereld. Ze leefden naakt in kano's op het ijskoude Beagle-kanaal (hun stofwisseling was aangepast aan de kou!) en zijn vandaag praktisch uitgestorven — de laatste volbloed Yámana, Cristina Calderón, stierf in 2022
- Selk'nam (Ona) in Vuurland: Jagers en verzamelaars die in de 19e eeuw systematisch werden uitgeroeid door Europese kolonisten — een genocide die lang werd verzwegen
Spaanse koloniale periode (1516–1816)
Juan Díaz de Solís ontdekte in 1516 de Río de la Plata — en werd prompt door de Charrúa-indianen gedood. Buenos Aires werd in 1536 door Pedro de Mendoza gesticht, maar de Querandí-indianen maakten het leven zo moeilijk dat de nederzetting moest worden opgegeven. Pas in 1580 vond de definitieve stichting plaats door Juan de Garay.
Argentinië bleef lang een stiefkind van het Spaanse rijk: Er was geen goud, geen zilver (ironisch genoeg is „Argentina" afgeleid van het Latijnse „argentum" = zilver — maar het zilver werd gevonden in Potosí, in het huidige Bolivia). Het onderkoninkrijk Río de la Plata werd pas in 1776 opgericht — 250 jaar na de aankomst van de Spanjaarden. Buenos Aires was een slaperige haven aan het einde van de wereld.
Onafhankelijkheid en San Martín (1810–1860)
De Meirevolutie van 1810 (25 mei — vandaag een nationale feestdag) in Buenos Aires luidde de losmaking van Spanje in. De grote held: José de San Martín — de „Libertador del Sur" (Bevrijder van het Zuiden), Argentinië's George Washington. San Martíns meesterwerk: Hij marcheerde in 1817 met een leger van 5.000 man over de Andes (via de Paso Los Libertadores bij Mendoza, 3.832 m!) naar Chili en vervolgens naar Peru om de Spanjaarden te verdrijven. De Andesoversteek wordt beschouwd als een van de grootste militaire prestaties in de geschiedenis — vergelijkbaar met Hannibals Alpenoversteek.
Op 9 juli 1816 werd de onafhankelijkheid officieel verklaard in Tucumán (vandaag de tweede grote nationale feestdag). Er volgden decennia van bloedige burgeroorlogen tussen Unitariërs (Buenos Aires, liberaal, Europees georiënteerd) en Federalisten (provincies, conservatief, volksgericht). De dictator Juan Manuel de Rosas regeerde van 1829–1852 met ijzeren hand en geheime politie — zijn aanhangers met rode baretten terroriseerden de oppositie.
De gouden eeuw & immigratie
De grote immigratiegolf (1880–1930)
Tussen 1880 en 1930 kwamen 6 miljoen Europese immigranten naar Argentinië — het land werd letterlijk opnieuw bevolkt. De meeste kwamen uit:
- Italië (ca. 44%): Daarom klinkt Argentijns Spaans als Italiaans! De zingende toon, de gebaren, de liefde voor pasta, pizza en ijs — allemaal Italiaans erfgoed. Veel Argentijnse achternamen zijn Italiaans (Kirchner, Macri = Macrì, Messi). Buenos Aires wordt soms „de zuidelijkste Italiaanse stad" genoemd
- Spanje (ca. 32%): Vooral Galiciërs (daarom worden alle Spanjaarden in Argentinië „Gallegos" genoemd)
- Duitsland, Oostenrijk-Hongarije (ca. 5%): De „Wolgadeutschen" vestigden zich in de provincie Entre Ríos. Duitse kolonies bestaan tot op de dag van vandaag in Patagonië (Bariloche, Villa General Belgrano)
- Oost-Europa (Polen, Oekraïne, Rusland): Vooral Joodse immigranten — Buenos Aires heeft de grootste Joodse gemeenschap van Zuid-Amerika
- Syrië, Libanon: De „Turcos" (hoewel ze geen Turken zijn) — Carlos Menem, een Argentijnse president, had Syrische wortels
Argentinië was rond 1900 een van de rijkste landen ter wereld — het inkomen per hoofd van de bevolking overtrof dat van Frankrijk, Duitsland en Canada. Buenos Aires werd de derde grootste stad ter wereld. De Belle Époque liet de prachtige jugendstilpaleizen, het Teatro Colón, de brede boulevards achter — Buenos Aires wilde het „Parijs van Zuid-Amerika" zijn, en het slaagde. De beroemde zin „Rijk als een Argentijn" was destijds een gevleugeld woord in Europa.
Wat ging er mis? De rijkdommen waren extreem ongelijk verdeeld: Een kleine oligarchie bezat enorme Estancias (landgoederen) en leefde in Parijse paleizen, terwijl de immigranten in de Conventillos (huurkazernes) van La Boca en San Telmo vegeteerden. Uit deze kloof ontstond de Tango — en het Peronisme.
Evita — Het icoon van Argentinië
★★★ Eva „Evita" Perón (1919–1952) — Don't Cry for Me Argentina
Evita is niet zomaar een historische figuur — ze is een icoon, een mythe, een religie. Geen enkele andere persoon heeft Argentinië zo diep verdeeld en zo gepassioneerd bewogen. Zelfs vandaag, meer dan 70 jaar na haar dood, huilen mensen bij haar graf, en de discussie over haar is net zo vurig als op de dag van haar overlijden.
Het leven:
- 1919: Eva María Duarte wordt als buitenechtelijk kind geboren in Los Toldos, een dorp in de Pampa, in bittere armoede. Vijf broers en zussen, de vader een Estanciero, die het gezin verlaat
- 1935: Op 15-jarige leeftijd vlucht ze naar Buenos Aires om actrice te worden. Jaren van honger en kleine rollen volgen
- 1944: Ze ontmoet kolonel Juan Domingo Perón — bij een benefietconcert voor aardbevingsslachtoffers. Uit de ontmoeting ontstaat de machtigste liefdesgeschiedenis van de Argentijnse politiek
- 1945: Perón wordt gearresteerd en naar een eiland verbannen. Evita mobiliseert de vakbonden. Op 17 oktober 1945 marcheren honderdduizenden arbeiders (de „Descamisados" — Hemdlozen) naar de Plaza de Mayo en dwingen de vrijlating van Perón af. Het is het oprichtingsmoment van het Peronisme
- 1946: Perón wordt president. Evita wordt — zonder officieel ambt — de machtigste vrouw van het continent. Ze richt de Fundación Eva Perón op, die ziekenhuizen, scholen en sociale woningen bouwt. Ze vecht voor het vrouwenkiesrecht (1947). Ze ontvangt de armen persoonlijk en deelt naaimachines, huizen, speelgoed uit — vaak tot laat in de nacht
- 1951: Het beroemdste moment: Vanaf het balkon van de Casa Rosada kondigt Evita onder tranen aan de honderdduizenden op de Plaza aan dat ze afziet van de kandidatuur voor het vicepresidentschap — ze is al terminaal ziek. De menigte smeekt haar te blijven. De scène werd onsterfelijk gemaakt in de musical „Evita" (Andrew Lloyd Webber) en in de film met Madonna
- 26 juli 1952: Evita sterft aan baarmoederhalskanker. Ze is 33 jaar oud. Het land dompelt zich in rouw: 3 miljoen mensen staan in de rij bij de rouwplechtigheid. 8 mensen worden in de menigte doodgedrukt. Evita wordt een legende
Het lichaam: Het verhaal na haar dood is bijna nog dramatischer: Het lichaam werd door de Spaanse balsemer Pedro Ara zo perfect geprepareerd dat het eruitzag alsof ze sliep. Toen Perón in 1955 werd afgezet, stal de militaire regering het lichaam — uit angst dat het een politiek wapen zou worden. Het lichaam werd 16 jaar lang verborgen: eerst in een militair kamp, daarna in een vrachtwagen, uiteindelijk onder een valse naam op een begraafplaats in Milaan, Italië. Pas in 1974 werd het naar Argentinië teruggebracht. Vandaag rust Evita in het familiegraf van de Duarte op de Cementerio de la Recoleta — in een bommenbestendig ondergronds gewelf, zodat niemand ooit nog haar lichaam kan stelen.
De verdeeldheid: Voor de ene helft van Argentinië is Evita een heilige — de stem van de armen, de moeder van de natie, de vrouw die het onmogelijke deed. Voor de andere helft is ze een demagoog — een populistische verleidster die het land in afhankelijkheid van de staat dreef. Deze verdeeldheid definieert Argentinië tot op de dag van vandaag.
Vuile Oorlog, Malvinas & Democratie
Het Perón-tijdperk (1946–1974)
Juan Domingo Perón — evenzeer geliefd als gehaat — veranderde Argentinië voor altijd. Als president (1946–55, 1973–74) breidde hij de verzorgingsstaat uit, versterkte hij de vakbonden en creëerde hij een massabeweging (Peronisme) die tot op de dag van vandaag — meer dan 70 jaar later — de Argentijnse politiek domineert. Elke grote partij is ofwel peronistisch of definieert zich als tegenhanger van het Peronisme. Er zijn linkse Peronisten en rechtse Peronisten, liberale en conservatieve — het Peronisme is minder een ideologie dan een politieke identiteit.
★★★ De Vuile Oorlog (1976–1983) — De donkerste periode
Op 24 maart 1976 wierp een militaire junta onder leiding van generaal Jorge Rafael Videla de zwakke regering van Isabel Perón (Juans derde vrouw) omver en begon de „Proceso de Reorganización Nacional" — een systematisch staatsterrorisme dat als „Vuile Oorlog" (Guerra Sucia) de geschiedenis inging.
Wat volgde, was een van de ergste mensenrechtenschendingen van de 20e eeuw:
- Tot 30.000 mensen „verdwenen" — werden door doodseskaders ontvoerd, naar geheime martelcentra gebracht (meer dan 340 in het hele land, waaronder de ESMA in Buenos Aires), gemarteld en in het geheim vermoord
- Veel slachtoffers werden verdoofd en uit vliegtuigen boven de Río de la Plata gegooid — de beruchte „doodsvluchten" (vuelos de la muerte)
- De slachtoffers: Studenten, vakbondsleden, journalisten, kunstenaars, priesters, advocaten — iedereen die als „subversief" werd beschouwd. Velen waren geen guerrillastrijders, maar gewone mensen met de verkeerde mening
- Gestolen baby's: Kinderen van gevangengenomen zwangere vrouwen werden na de geboorte aan militaire families „verdeeld". De organisatie Abuelas de Plaza de Mayo (Grootmoeders van de Plaza de Mayo) heeft tot op heden meer dan 130 van deze kinderen geïdentificeerd — velen ontdekten pas als volwassenen hun ware identiteit
★★★ De Madres de Plaza de Mayo
De Madres de Plaza de Mayo zijn het wereldwijd bekendste symbool van verzet tegen de dictatuur. Vanaf april 1977 marcheerden moeders van de verdwenen personen — herkenbaar aan hun witte hoofddoeken (Pañuelos Blancos) — elke donderdag om 15:30 uur in een cirkel rond de piramide op de Plaza de Mayo. Ze eisten informatie over het lot van hun kinderen — ondanks arrestaties, bedreigingen en de moord op hun oprichtster Azucena Villaflor (zelf „verdwenen" in 1977, lichaam pas in 2005 geïdentificeerd). De Madres marcheerden gedurende de hele dictatuur en doen dat tot op de dag van vandaag — elke donderdag, al meer dan 45 jaar. Als je op een donderdag in Buenos Aires bent: Ga om 15:30 naar de Plaza de Mayo. Het is een van de meest aangrijpende momenten die je in Argentinië kunt beleven.
De Falklandoorlog / Malvinas-oorlog (1982)
Om de aandacht af te leiden van de economische crisis en de mensenrechtenschendingen, bezette de junta onder generaal Leopoldo Galtieri op 2 april 1982 de Islas Malvinas (Falklandeilanden), die sinds 1833 door Groot-Brittannië werden gecontroleerd. Margaret Thatcher stuurde de Royal Navy. De daaropvolgende oorlog duurde 74 dagen en eindigde met een vernietigende Argentijnse nederlaag. 649 Argentijnse en 255 Britse soldaten stierven — veel van de Argentijnen waren dienstplichtigen van 18–19 jaar, slecht uitgerust en onvoorbereid.
De nederlaag versnelde het einde van de dictatuur — in 1983 keerde de democratie terug. De Malvinas blijven tot op de dag van vandaag Argentinië's open wond: „Las Malvinas son argentinas" (De Malvinas zijn Argentijns) staat op borden in het hele land, in schoolboeken en zelfs in de grondwet. Breng het onderwerp voorzichtig ter sprake — het is emotioneel geladen.
Democratie & Economische crisis (1983–heden)
Sinds 1983 is Argentinië een democratie. De economische crisis van 2001 (hyperinflatie, bankencrisis, bevroren bankrekeningen, vijf presidenten in twee weken!) was traumatisch en beïnvloedt het wantrouwen tegenover banken tot op de dag van vandaag — vandaar de contantgeldcultuur en de Blue Dollar. Het Kirchner-tijdperk (Néstor 2003–2007, Cristina 2007–2015) bracht stabiliteit, maar ook beschuldigingen van corruptie. Argentinië kampt chronisch met inflatie (vaak meer dan 100% per jaar!), valutacrises en de kloof tussen arm en rijk. Toch: De Argentijnen behouden hun humor, hun passie en hun onbreekbare trots.
War dieses Kapitel hilfreich?
