Praktische A–Z · Abschnitt 3/4

Taal & Communicatie

🇳🇱 Amsterdam Reiseführer

Praktische A–Z|
PraktischTaal & Communicatie

Taal & Communicatie

Engels

Nederlanders spreken het beste Engels van alle niet-Engelssprekende landen — meer dan 95% van de Amsterdammers spreekt vloeiend Engels. In restaurants, musea, winkels en pubs word je altijd in het Engels begrepen. Veel Amsterdammers schakelen automatisch over op Engels zodra ze een accent horen — soms frustrerend als je Nederlands wilt oefenen.

Duits

Veel oudere Nederlanders spreken goed Duits, jongere minder. Duits en Nederlands zijn verwante talen — veel is begrijpelijk. Maar: Spreek liever Engels dan Duits. De Duits-Nederlandse relatie is vriendschappelijk, maar de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog en de (goedaardige) voetbalrivaliteit maken Duits niet de eerste keuze als communicatietaal.

Nuttige Nederlandse woorden

  • Dank je wel / Dankjewel — Dank je wel
  • Alsjeblieft — Alsjeblieft (bij het geven) / Hier, alsjeblieft
  • Proost! — Proost!
  • Gezellig — Het woord dat Amsterdam beschrijft: gezellig, sociaal, warm, uitnodigend. Onvertaalbaar en alomtegenwoordig.
  • Fiets — Fiets
  • Gracht — Gracht

Reise nach Amsterdam planen

* Partnerlinks – bei Buchung erhalten wir eine Provision, ohne Mehrkosten für dich