Maatschappij & Cultuur
De Mallorcanen
Mallorca heeft ongeveer 920.000 inwoners — maar slechts ongeveer de helft daarvan is op het eiland geboren. De rest komt van het Spaanse vasteland, uit Duitsland, Groot-Brittannië, Latijns-Amerika, Noord-Afrika en tal van andere landen. Deze mix maakt de Mallorcaanse samenleving zo veelzijdig als complex.
Identiteit en zelfbeeld
De „echte" Mallorcanen — degenen wiens families al generaties lang op het eiland wonen — koesteren een sterk eilandidentiteitsgevoel. Men is eerst Mallorcaan, dan misschien Catalaan of Spanjaard. Deze identiteit wordt gevoed door de taal, de feesten, de keuken en een diepgewortelde lokale trots, die van dorp tot dorp verschilt: Een Sollerense voelt zich geen Palmesano, en omgekeerd.
Taal: Mallorquin en Castellano
De eigenlijke taal van het eiland is Mallorquin — een dialect van het Catalaans met eigen woorden, een zachtere uitspraak en Arabische leenwoorden. Mallorquin verschilt van het Barcelona-Catalaans ongeveer even sterk als Beiers van Hoogduits. In het dagelijks leven wordt vloeiend gewisseld tussen Mallorquin en Castellano (Spaans) — met de familie spreekt men Mallorquin, met de ober uit Andalusië Castellano, met Duitse gasten vaak een verbazingwekkend goed Duits.
Straatnaamborden en officiële documenten zijn vaak in het Catalaans (niet in het Mallorquin-dialect, maar standaard-Catalaans), wat soms voor verwarring zorgt: De stad heet officieel „Palma" (niet „Palma de Mallorca"), de bomen heten „oliveres", niet „olivos".
Karakter en omgangsvormen
Mallorcanen worden beschouwd als terughoudender dan Spanjaarden van het vasteland — minder luidruchtig, minder extravert, maar niet minder hartelijk als het ijs eenmaal gebroken is. Geduld is een deugd: Wie de moeite neemt om een paar woorden Mallorquin te leren („Bon dia" in plaats van „Buenos dias"), opent deuren. De relatie met toeristen is pragmatisch — men weet dat de welvaart van het toerisme afhangt, maar wenst respect voor het eiland en zijn cultuur.
Tipp
Een eenvoudig „Bon dia" (Goedendag in het Mallorquín) of „Gracies" (Dank je) in plaats van de Spaanse versie tovert bij de lokale bevolking bijna altijd een glimlach op het gezicht. Het laat zien dat je geïnteresseerd bent in het eiland buiten het strand.
Feesten & Tradities
Mallorca heeft een bomvolle feestkalender — van oeroude vuurrituelen tot middeleeuwse naspelen en uitbundige beschermheiligenfeesten, waarbij hele dorpen dagenlang feestvieren.
Sant Antoni (16–17 januari)
Het spectaculairste feest van het eiland — en een van de wildste van Europa. Op de avond voor de feestdag van Sint Antonius branden in dorpen als Sa Pobla, Muro, Arta en Manacor enorme Foguerons (vreugdevuren). Daarbij dansen Dimonis (duivelsfiguren) door de straten, die zowel kinderen als toeristen de stuipen op het lijf jagen, en de hele nacht wordt er gegeten, gedronken en gezongen. De volgende ochtend worden dieren gezegend — van hond tot paard. Sant Antoni in Sa Pobla is het meest authentieke dorpsfeest van Mallorca: luid, wild, onvergetelijk.
Sant Joan (23–24 juni)
De midzomernacht wordt op heel Mallorca gevierd met strandvuren. Traditie: Om middernacht in zee baden om zich te reinigen van pech en kwade geesten. Op de stranden van Palma, Alcudia en Cala Millor worden enorme vuren ontstoken, duizenden vieren tot de ochtendgloren.
Moros i Cristians in Pollenca (2 augustus)
Een dramatische naspeling van de piratenafweer van 1550: „Moren" bestormen vanuit de haven het dorp, „Christenen" onder leiding van Joan Mas verdedigen het. Het hele dorp wordt een podium — vuurwerk, trommels, zwaardgevechten, en aan het eind wint natuurlijk Joan Mas. Een ongelooflijk spektakel dat duizenden aantrekt.
Festes del Rei en Jaume (eind december/begin januari)
Palma viert de verjaardag van de Reconquista (31 december 1229) met de „Festa de l'Estandard" — historische optochten, middeleeuwse markten en herdenkingsbijeenkomsten rond de kathedraal.
Corpus Christi en beschermheiligenfeesten
Sacramentsdag wordt in Pollenca bijzonder indrukwekkend gevierd: met bloementapijten, processies en traditionele dans. Daarnaast heeft elk dorp zijn eigen beschermheiligenfeest (Festa Patronal) — meestal in de zomer, met stierenrennen (Correbous), concerten, vuurwerk en dagenlang feesten. De belangrijkste: Mare de Deu del Carme (16 juli, vissersdorpen), Santa Catalina Thomas (28 juli, Valldemossa), Sant Bartomeu (24 augustus, vele dorpen).
Tipp
Sant Antoni in Sa Pobla (17 januari) is het feest dat de Mallorcanen zelf als het belangrijkste beschouwen. Als je in januari op het eiland bent: Ga erheen! Warme kleding (het wordt heet bij het vuur, maar koud ertussenin) en geen wit T-shirt (roetvlekken gegarandeerd).
Kunst & Literatuur
Mallorca heeft al eeuwenlang kunstenaars, schrijvers en intellectuelen aangetrokken — sommigen kwamen voor een winter, anderen bleven hun hele leven.
Joan Miro — de keuze-Mallorcaan
De Catalaanse kunstenaar Joan Miro (1893–1983) verhuisde in 1956 permanent naar Mallorca — de geboorteplaats van zijn moeder en zijn vrouw. In zijn door Josep Lluís Sert ontworpen atelier in Cala Major (nu de Fundacio Pilar i Joan Miro) creëerde hij een groot deel van zijn latere werk. Het atelier is nog steeds zo bewaard gebleven alsof Miro het net heeft verlaten: penselen, verftubes, halfafgewerkte werken. De stichting toont wisselende tentoonstellingen en herbergt meer dan 6.000 werken.
Robert Graves — de Engelsman in Deia
De Britse schrijver Robert Graves (1895–1985), auteur van „Ik, Claudius", woonde van 1929 tot zijn dood in het bergdorp Deia aan de noordwestkust. Zijn huis, Ca n'Alluny, is nu een museum. Graves' aanwezigheid trok een hele kunstenaarskolonie naar Deia — schilders, muzikanten, schrijvers. De mythe leeft voort: Deia wordt beschouwd als het meest artistieke dorp van het eiland, hoewel de vastgoedprijzen inmiddels Londense niveaus hebben bereikt.
Andere literaire sporen
George Sand en Frederic Chopin brachten de winter van 1838/39 door in de Kartause van Valldemossa — nu een museum en pelgrimsoord voor romantici. Sands reisverslag „Een winter op Mallorca" is een ambivalente liefdesverklaring aan het eiland. De Oostenrijkse Erzherzog Ludwig Salvator documenteerde de Balearen in de 19e eeuw encyclopedisch. En de Mallorcaanse dichter Miquel Costa i Llobera creëerde met „El pi de Formentor" het waarschijnlijk beroemdste gedicht in de Catalaanse taal.
Hedendaagse scène
Palma heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een hotspot voor hedendaagse kunst. Het Es Baluard Museu d'Art Contemporani op de voormalige stadsmuur toont internationale en Balearische hedendaagse kunst. In de wijken Santa Catalina en Sa Gerreria hebben zich talrijke galerieën gevestigd. De Nit de l'Art (Kunstnacht, september) verandert heel Palma in een openluchtgalerie.
Architectuur
Mallorca's architectuur vertelt het verhaal van het eiland in steen — van Arabische bogen tot gotische kathedralen, modernistische jugendstil-gevels en de eenvoudige schoonheid van landelijke finca's.
La Seu — de kathedraal
De Kathedraal van Palma (La Seu) is het herkenningspunt van het eiland en een van de belangrijkste gotische bouwwerken van Europa. Begonnen in 1300, pas voltooid in 1601, troont ze spectaculair boven de zee. Haar hoofdschip is 44 meter hoog (hoger dan de Notre-Dame in Parijs), en de roosvenster — met een diameter van 13,8 meter een van de grootste ter wereld — dompelt het interieur in de vroege ochtend in magisch licht. Antoni Gaudi herontwierp begin 20e eeuw het altaargedeelte; de hedendaagse kunstenaar Miquel Barcelo creëerde in 2007 een indrukwekkende keramische kapel.
Modernisme in Palma
Palma beleefde rond 1900 een Modernisme-boom (de Catalaanse variant van de jugendstil). Prachtgebouwen zoals Can Forteza Rey aan de Placa del Mercat (met zijn kleurrijk betegelde gevel), het Gran Hotel (1903, nu CaixaForum), de Almacenes El Aguila en Can Casasayas getuigen van deze periode. Een stadswandeling door het Modernisme-Palma is een architectonisch feest.
Fincas en Possessions
De traditionele Finca — het Mallorcaanse landhuis — is een archetype van mediterrane architectuur: dikke natuurstenen muren, houten balkenplafonds, binnenplaats, waterreservoir, buitenmuren in warme aardetinten. Possessions zijn de grotere landgoederen van de adel, vaak met kapel, olijfpers en bijgebouwen — veel zijn in de afgelopen decennia omgebouwd tot exclusieve landhotels.
Droogsteenmuren (Marges)
De Marges — zonder mortel opgestapelde stenen muren — zijn alomtegenwoordig in de Tramuntana en sinds 2011 als onderdeel van het UNESCO-werelderfgoed beschermd. Ze vormen de terraslandschappen, ondersteunen olijfgaarden en moestuinen en zijn een meesterwerk van boerenbouwkunde, dat teruggaat tot de Moorse tijd. Geschat wordt dat er op Mallorca meer dan 15.000 kilometer droogsteenmuren zijn — meer dan de helft van de Grote Muur van China.
Duitsers op Mallorca
Mallorca wordt graag het „17e Bundesland" van Duitsland genoemd — een cliché dat, zoals alle clichés, een kern van waarheid bevat, maar de werkelijkheid sterk vereenvoudigt.
Geschiedenis van het Duitse toerisme
Duitsers ontdekten Mallorca in de jaren 1960 als vakantiebestemming, toen chartervluchten vanuit Düsseldorf, Hamburg en Frankfurt het eiland betaalbaar maakten. De toerismepionier Neckermann bood in 1963 voor het eerst all-inclusive reizen naar Mallorca aan — twee weken voor 399 DM, inclusief vlucht en hotel. Het was het begin van een liefdesverhaal.
In de jaren 1970 en 1980 ontwikkelde de Playa de Palma zich tot het epicentrum van het Duitse massatoerisme. Ballermann 6, Bierkönig, Oberbayern — er ontstond een infrastructuur die was afgestemd op Duitse behoeften: schnitzel, bier, schlagers, zon. Het imago bepaalt Mallorca in Duitsland tot op de dag van vandaag — hoewel het slechts een klein deel van het eiland vertegenwoordigt.
De Duitse gemeenschap vandaag
Geschat wordt dat 30.000 tot 60.000 Duitsers permanent op Mallorca wonen (de cijfers variëren sterk, omdat velen niet officieel zijn geregistreerd). Ze vormen de grootste buitenlandse gemeenschap van het eiland. De Duitse infrastructuur is indrukwekkend: Er is een Duitstalige krant (Mallorca Zeitung), Duitse artsen, advocaten, belastingadviseurs, Duitstalige kleuterscholen en scholen (de Deutsche Schule Mallorca in Palma), Duitse kerkdiensten, Duitse supermarkten en zelfs een Duitse slager in Santa Ponsa.
Realiteit vs. cliché
De Duitse gemeenschap is veel diverser dan het Ballermann-cliché doet vermoeden. Ja, er zijn de feesttoeristen aan de Playa — maar ook de onderneemster die een boetiekhotel in Arta runt, de wielrenner die in de bergen traint, de kunstenares in Deia, de gepensioneerde in Santanyi, de jonge familie in Soller. Veel Duitsers spreken vloeiend Spaans (sommigen zelfs Mallorquín), zijn geïntegreerd in verenigingen en voelen zich deel van de eilandgemeenschap.
De relatie tussen Mallorcanen en Duitsers is complex: Dankbaarheid voor de economische bijdrage, maar ook ongemak over stijgende vastgoedprijzen (Duitsers behoren tot de actiefste vastgoedkopers), culturele wrijvingen en af en toe arrogantieverwijten — in beide richtingen. Over het algemeen functioneert het samenleven echter verbazingwekkend goed, vooral in de kleinere plaatsen buiten de toeristische centra.
War dieses Kapitel hilfreich?
