StartseiteReiseführerMallorcaHet midden van het eiland
🇪🇸
Regionen · Kapitel 9

Het midden van het eiland

Mallorca Reiseführer

Übersicht|
RegionenKapitel 9: Het midden van het eiland
Regionen · Kapitel 9

Het midden van het eiland

Het authentieke hart van Mallorca klopt niet aan de kust, maar in het binnenland: op de weekmarkten van Sineu en Inca, in de wijnkelders van Binissalem, tussen de windmolens van de vlakte Es Pla en onder de bloeiende amandelbomen in februari. Wie het echte Mallorca zoekt — weg van strand en sangria — vindt het hier.

Ontdek het eilandmidden

Het eilandmidden — in het Catalaans Es Pla (de vlakte) — is de agrarische ruggengraat van Mallorca. Een zacht glooiend landschap van graanvelden, amandel- en olijfboomgaarden, wijngaarden en vijgenbomen strekt zich uit tussen de Serra de Tramuntana in het noorden en de Serres de Llevant in het oosten. Hier leven de mensen al eeuwen van de landbouw, en hier voel je nog het Mallorca dat er was voor de toeristische boom.

De windmolens zijn het symbool van de regio. Honderden van de stenen Molins (graanmolens) en Molins de Sang (pompwindmolens voor de irrigatie) staan verspreid in het landschap — de meeste vervallen, enkele liefdevol gerestaureerd. Vooral rond Algaida en Montuïri staan de silhouetten van de windmolens aan de horizon.

De weekmarkten zijn het culturele hart van de regio. Elk dorp heeft zijn marktdag, en de markten van Sineu (woensdag) en Inca (donderdag) behoren tot de grootste en meest authentieke van het eiland. Hier kopen de locals — verse groenten, Sobrassada (Mallorcaanse paprikaworst), lokale kaas, amandelen, olijven, manden. Toeristen zijn welkom, maar niet de doelgroep.

De wijnrenaissance van de afgelopen 20 jaar heeft het eilandmidden veranderd. De DO Binissalem (Denominación de Origen, beschermde herkomstaanduiding) produceert inmiddels wijnen van internationaal formaat. De inheemse druivensoorten Manto Negro (rood) en Prensal Blanc (wit, ook Moll genoemd) leveren wijnen met een uniek karakter. Ongeveer 15 Bodegas bieden proeverijen en rondleidingen aan — een must voor wijnliefhebbers.

In februari verandert het eilandmidden in een roze-witte bloemenzee: de amandelbloesem (Flor d'ametller) bedekt het landschap met miljoenen tere bloesems. Het is een van de mooiste natuurspektakels van Europa — en een perfecte reden om Mallorca in het laagseizoen te bezoeken.

Het eilandmidden is ideaal als dagtocht vanuit Palma (alle plaatsen binnen 30–40 minuten bereikbaar) of als basis voor een rustige vakantie op een finca. De afstanden zijn kort, de wegen goed, en je hebt 's avonds de keuze tussen authentieke dorpsrestaurants en het nachtleven in Palma.

Tipp

De beste manier om het eilandmidden te ervaren: Een huurautodag vanuit Palma. Route: Algaida (windmolens, glaskunst bij Gordiola) → Montuïri (uitzicht over de vlakte) → Sineu (markt, alleen op woensdag!) → Inca (Celler-restaurant) → Binissalem (wijnproeverij). Terug via de snelweg in 20 minuten. Totale afstand ca. 90 km.

Sineu★★

Wochenmarkt: Mittwoch 8–13 Uhr

Sineu ligt precies in het geografische centrum van Mallorca — en was eeuwenlang het symbolische hart van het eiland. In de 13e en 14e eeuw resideerden hier de Mallorcaanse koningen in een paleis, dat later werd omgebouwd tot een klooster (Convent dels Mínims). De machtige parochiekerk Nostra Senyora dels Àngels torent boven het dorp uit en is een indrukwekkend voorbeeld van gotische architectuur op Mallorca.

Maar de echte reden om naar Sineu te komen is de weekmarkt op woensdag — de grootste en oudste markt van Mallorca, gedocumenteerd sinds 1306. Elke woensdag vanaf 8 uur veranderen de smalle straatjes van het dorpscentrum in een kleurrijk, geurend doolhof van marktkramen.

De markt is opgedeeld in verschillende secties: Op de Plaça d'es Fossar de veemarkt — ja, er is nog een echte veemarkt! Kippen, konijnen, duiven, lammeren en geiten wisselen hier van eigenaar. Daaromheen de voedselmarkt: vers fruit en groenten (de tomaten!), olijven in alle varianten, lokale kaas (Queso de Mahón en Mallorcaanse koeienmelkkaas), Sobrassada, Botifarrons (bloedworst), verse kruiden, amandelen, gedroogde vijgen. Alles direct van de boeren uit de omgeving.

In de zijstraten vind je kunstnijverheid en huishoudelijke artikelen: handgevlochten manden, keramiek (de typisch Mallorcaanse Siurell-fluit!), lederwaren uit Inca, linnen stoffen, olijfhouten snijplanken. Daartussen kraampjes met kleding, schoenen en de gebruikelijke marktspullen — gewoon negeren en naar de authentieke kraampjes gaan.

Het dorp zelf is ook zonder markt een bezoek waard. De straatjes van honingkleurige zandsteen, de adellijke paleizen (Can Font, Can Dameto), de kloostergang en de kerk met zijn opvallende gevleugelde leeuw (symbool van de evangelist Marcus, beschermheilige van Sineu) aan de gevel zijn bezienswaardig. In het voormalige treinstation is er een klein kunstcentrum (Centre d'Art S'Estació) met wisselende tentoonstellingen van hedendaagse kunst — gratis toegang.

Na de markt: koffie en Ensaïmada (het luchtige Mallorcaanse reuzelgebak) in het Café Sa Plaça op het hoofdplein — hier zitten de dorpelingen al generaties lang en kijken naar het gebeuren.

Tipp

Kom vroeg naar de Sineu-markt (8–9 uur), dan is het nog aangenaam rustig en de keuze het beste. Vanaf 10 uur komen de touringcars, vanaf 11 uur is het druk. De markt eindigt rond 13 uur. Parkeren: het beste aan de rand van het dorp op de aangegeven parkeerplaatsen (gratis), van daaruit 5 minuten te voet. In het centrum vind je geen plek.

Inca

Wochenmarkt: Donnerstag 8–13 Uhr

Inca is de derde grootste stad van Mallorca (ca. 35.000 inwoners) en sinds de 19e eeuw het centrum van de Mallorcaanse lederindustrie. Schoenen, tassen, riemen, jassen — wat op Mallorca van leer wordt gemaakt, komt meestal uit Inca of de naburige gemeente Lloseta. De grote merken Camper (opgericht in 1975 in Inca), Lottusse en Barrats hebben hier hun wortels.

Voor bezoekers betekent dit: outlet-shopping. Langs de Avinguda del General Luque en in de Zona Industrial bevinden zich de fabrieksverkopen. Camper-schoenen 30–50% onder winkelprijs, Lottusse-leren schoenen vanaf 80 € (in plaats van 200+), leren tassen en jassen aanzienlijk goedkoper dan in Palma. De grootste keuze heeft de Camper Factory Store (Polígon de Lloseta) en Munper (Avda. General Luque 152). Openingstijden: meestal ma–vr 10–13:30 en 16–19:30, za 10–13:30.

De donderdagmarkt (Dijous, daarom ook Dijous Bo = Goede Donderdag, het grote marktfeest in november) is na Sineu de op een na grootste markt van het eiland. Op de Plaça d'Espanya en in de omliggende straten bieden boeren, ambachtslieden en handelaren hun waren aan. Minder schilderachtig dan Sineu, maar authentieker — hier komen de inwoners van Inca en omgeving om te winkelen. Verse producten, textiel, huishoudelijke artikelen, planten.

Het culinaire hoogtepunt van Inca zijn de Cellers — voormalige wijnkelders die zijn omgebouwd tot restaurants. In de enorme, gewelfde kelderruimtes met oude wijnvaten aan de muren wordt stevige Mallorcaanse keuken geserveerd: Lechona (speenvarken), Frit mallorquí (gebakken ingewanden met aardappelen en venkel), Tumbet (groenteschotel), Caracoles (slakken). De sfeer in deze eeuwenoude kelders is uniek.

De beste Cellers: Celler Ca'n Amer (Carrer Pau 39, sinds 1700, Michelin-aanbeveling), Celler Ca'n Ripoll (Carrer Jaume Armengol 4, de oudste, sinds 1768) en Celler Sa Travessa (iets moderner, maar ook in een historische gewelfde ruimte). Hoofdgerechten 12–25 €, Menú del Día ca. 14–18 €. Het beste op donderdag na het marktbezoek — dan zijn de Cellers vol met locals.

Bezienswaardig is ook de parochiekerk Santa Maria la Major (14e eeuw, barokke gevel), het klooster Sant Bartomeu (met museum voor Mallorcaanse kunstnijverheid) en de oude stad met zijn stadspaleizen. Inca is geen schoonheid in de klassieke zin — het is een arbeidersstad met karakter. Maar juist dat maakt haar authentiek.

Tipp

De perfecte Inca-combinatie: Bezoek de markt op donderdag (9–13 uur), lunch daarna in een Celler (Ca'n Amer of Ca'n Ripoll, reserveren aanbevolen!), en bezoek vervolgens de leder-outlets. Inca is gemakkelijk per trein vanuit Palma bereikbaar (lijn T3, elke 30–60 min., ca. 35 min., 3,45€) — geen huurauto nodig.

Binissalem & wijnland★★

Binissalem is het centrum van de Mallorcaanse wijnrenaissance. Het kleine stadje (8.000 inwoners) aan de voet van de Serra de Tramuntana geeft zijn naam aan de oudste en belangrijkste wijnbouwdenominatie van Mallorca: DO Binissalem, sinds 1990 beschermd. Op ongeveer 600 hectare wijngaarden produceren hier ongeveer 15 Bodegas wijnen die de laatste jaren internationale aandacht trekken.

De inheemse druivensoorten maken het verschil. Manto Negro is de rode leidende variëteit: fruitig, fluweelzachte tannines, aroma's van rode bessen en kruiden — perfect bij Mallorcaanse lamsgebraad. Callet, de tweede rode variëteit, is wilder en complexer. Prensal Blanc (ook Moll genoemd) levert frisse, minerale witte wijnen met citrusaroma's. Daarnaast komen internationale variëteiten zoals Cabernet Sauvignon, Merlot en Chardonnay, die hier in het mediterrane klimaat uitstekend gedijen.

De belangrijkste Bodegas voor bezoekers:

José L. Ferrer (Bodega opgericht in 1931, de grootste en bekendste) biedt dagelijkse rondleidingen met proeverij aan — ca. 15–20 € per persoon, duur ca. 1 uur. Moderne wijnmakerij met indrukwekkende architectuur, breed assortiment van eenvoudig tot premium. De Veritas Dolç (dessertwijn) is een must.

Macià Batle (sinds 1856) heeft een bijzonder mooie Bodega met kunstgalerie (elk jaar ontwerpt een andere kunstenaar het flessenetiket). Rondleiding met proeverij van 4 wijnen ca. 18–25 €, duur 1,5 uur. De premiumlijn (Pagos de María, Reserva Privada) is uitstekend.

Bodegas Vins Nadal (klein, familiaal) biedt persoonlijke rondleidingen met de wijnmaker zelf, als je van tevoren belt. Vooral de 110 Manto Negro heeft internationale prijzen gewonnen. Proeverij vanaf 12 €.

Tianna Negre (modern, biodynamisch) is de nieuwkomer: stijlvolle architectuur, innovatieve wijnen, Instagram-waardige Bodega. Rondleiding met proeverij en tapas ca. 30–40 €.

Het wijnfeest van Binissalem (Festa des Vermar) vindt elk jaar plaats in het laatste weekend van september en is een spektakel: Het dorpsplein wordt met druiven bekogeld (Batalla de Raïm), er vloeit liters wijn, live muziek en dans tot in de nacht. Een van de meest authentieke dorpsfeesten van Mallorca.

Het dorp zelf is mooi: een grote parochiekerk (Església de Santa Maria de Robines), elegante herenhuizen uit de 17e/18e eeuw (Can Gelabert, Can Sabater), smalle straatjes van gouden zandsteen. Een wandeling na de wijnproeverij is de moeite waard.

Tipp

De meeste Bodegas vereisen een voorafgaande aanmelding voor rondleidingen — het beste 2–3 dagen van tevoren per e-mail of telefoon boeken. Wie meerdere wijnhuizen wil bezoeken: Een chauffeur of een georganiseerde wijntour (vanaf ca. 60€/persoon vanuit Palma, bijv. via Mallorca Wine Tours) is aan te raden — na 3 proeverijen moet je niet meer rijden. Binissalem is per trein vanuit Palma bereikbaar (lijn T3, 25 min., 2,90€).

Manacor

Manacor is met ca. 45.000 inwoners de tweede grootste stad van Mallorca — en waarschijnlijk de meest onderschatte. De stad is geen schoonheid: industriegebieden aan de rand, weinig gerestaureerde oude stad, nauwelijks toeristische infrastructuur. Maar juist dat maakt Manacor tot een van de authentiekste plekken van het eiland, waar je het echte, ongefilterde Mallorca ervaart.

Manacor is vooral bekend om twee dingen: kunstparels en meubels. Het bedrijf Majorica (opgericht in 1890) produceert hier al meer dan 130 jaar de beroemdste kunstparels ter wereld — volgens een gepatenteerd proces met visschubben-essence en glas. De fabriek aan de weg naar Palma biedt gratis rondleidingen (ma–vr 9–13 uur) en een fabrieksverkoop, waar parelkettingen, oorbellen en armbanden 20–40% goedkoper zijn dan in de handel. Een Majorica-parelketting (45 cm, klassiek) kost in de fabrieksverkoop vanaf ca. 40 €.

De meubelindustrie is minder toeristisch relevant, maar deel van het DNA van de stad. Manacor produceert een groot deel van de Mallorcaanse meubels — van rustieke olijfhouten stukken tot modern design. Enkele werkplaatsen in de Zona Industrial zijn open voor bezoekers.

De maandagmarkt op de Plaça de sa Mora en de omliggende straten is een van de grootste van het eiland: levensmiddelen, kleding, huishoudelijke artikelen, planten. Niet bijzonder mooi, maar een echte ervaring. Hier is alles te vinden — van levende kippen tot designer zonnebrillen (natuurlijk namaak). De locals komen om te winkelen, niet om te slenteren.

In de oude stad zijn de parochiekerk Nostra Senyora dels Dolors (indrukwekkende neogotische toren, 80 m hoog, een van de hoogste kerktorens van Mallorca), het marktplein en enkele weinige gerestaureerde straatjes de moeite waard. Het Museu d'Història de Manacor in de Torre dels Enagistes (14e eeuw) toont archeologische vondsten uit de omgeving, waaronder vroegchristelijke mozaïeken uit de basiliek Son Peretó.

Manacor is ook de geboortestad van Rafael Nadal — de tennislegende heeft hier zijn academie (Rafa Nadal Academy, Carretera Cales de Mallorca), die kan worden bezocht. Sportmuseum, padelbanen, tenniskampen voor alle leeftijden. Rondleiding door het sportmuseum ca. 12 €.

Conclusie: Manacor is geen plek om lang te blijven, maar een interessante halve dag-stop op weg naar de oostkust (de druipsteengrotten van Porto Cristo zijn slechts 15 minuten verwijderd). Op maandag vanwege de markt, anders voor de Majorica-fabriek of de Nadal-Academy.

Tipp

Manacor is perfect te combineren met een dagtocht naar de oostkust: 's ochtends markt in Manacor (maandags), dan de Majorica-fabriek, lunch in de stad (Restaurant Sa Torre, Carrer Rei Sanç — degelijke Mallorcaanse keuken, 10–18€), 's middags de druipsteengrotten Coves del Drac in Porto Cristo. Terugreis via de snelweg naar Palma in 50 minuten.

Randa & Klooster Cura

De Puig de Randa (542 m) is de enige noemenswaardige berg in de vlakke vlakte van het eilandmidden — en biedt daarom het spectaculairste 360°-panorama van heel Mallorca. Vanaf de top zie je op heldere dagen de Serra de Tramuntana in het noordwesten, de baai van Palma in het zuiden, de oostkust met zijn baaien en de Serres de Llevant — het hele eiland in één oogopslag.

Op de top staat het Santuari de Nostra Senyora de Cura, een klooster uit de 13e eeuw, dat teruggaat op de beroemde Mallorcaanse filosoof Ramon Llull (1232–1316). Llull — een van de belangrijkste denkers van de middeleeuwen — trok zich hier terug om te mediteren en te schrijven. Vandaag de dag herbergt het klooster een kleine herberg (kamers vanaf ca. 50 € per nacht, eenvoudig maar met een onverslaanbaar uitzicht), een restaurant en een klein museum over Ramon Llull.

Het kloosterrestaurant is een geheime tip: degelijke Mallorcaanse keuken (Tumbet, gegrild lam, Frit mallorquí) tegen zeer eerlijke prijzen (hoofdgerecht 10–18 €) — en het terras biedt misschien wel het beste lunchuitzicht van het hele eiland. Vooral op heldere winterdagen, wanneer de lucht kristalhelder is en de Serra de Tramuntana bedekt is met sneeuw, is het hier magisch.

Op weg naar de top passeer je twee andere kluizenaarskloosters: het Santuari de Sant Honorat (halverwege, bewoond door een kleine monnikengemeenschap, kapel te bezoeken) en het Santuari de Gràcia (aan de voet van de rotswand, dramatisch in een grot gebouwd — een van de fotogeniekste motieven van het eilandmidden).

De beklimming is gemakkelijk met de auto mogelijk — een goed onderhouden, kronkelige weg leidt naar de parkeerplaats op de top (gratis). Alternatief: het wandelpad vanuit het dorp Randa (aan de voet van de berg) naar de top duurt ca. 1 uur en voert door geurige macchia en steeneikenbossen. Middelzwaar, stevig schoeisel aanbevolen.

Het dorp Randa zelf is piepklein (200 inwoners), maar charmant: een handvol stenen huizen rond een kleine kerk, een dorpswinkel, een bar. Hier lijkt de tijd stil te staan. Perfect voor een rustige wandeling voor of na de beklimming.

Randa is ideaal als korte omweg op weg van Palma naar het eilandmidden of de oostkust. De afrit Llucmajor/Randa aan de snelweg Ma-15 ligt slechts 25 minuten van Palma, de beklimming naar de top duurt nog eens 15 minuten met de auto. Totale duur voor een bezoek: 1,5–2 uur inclusief lunch.

Tipp

Randa is de perfecte stop voor een lunch onderweg ergens naartoe. Het kloosterterras biedt eten, uitzicht en rust — een combinatie die op Mallorca zelden zo goed samenkomt. Voor fotografen: zonsopgang vanaf de top is adembenemend, maar je moet voor de kloosterpoort naar het uitkijkpunt (24/7 toegankelijk). In de winter (december–februari) komt de zon direct boven de oostkust op.

Amandel- & sinaasappelbloesem

Elk jaar in februari verandert Mallorca in een roze-witte bloemenzee — en het is een van de mooiste natuurspektakels die Europa te bieden heeft. Ongeveer 7 miljoen amandelbomen bedekken de vlakte Es Pla en de hellingen van de Serres de Llevant. Wanneer ze bloeien — afhankelijk van het weer van eind januari tot begin maart — ziet het landschap eruit als een schilderij van de impressionisten.

De amandelbloesem (Flor d'ametller in het Catalaans) begint in de lagere, warmere delen van het eilandmidden en verspreidt zich dan naar de hoger gelegen gebieden. Eerst bloeien de bomen rond Llucmajor en Campos (eind januari), dan de vlakte rond Sineu, Santa Maria en Binissalem (begin februari), en ten slotte de hellingen van de Tramuntana en de omgeving van Sóller en Fornalutx (midden–eind februari). Zo heb je meerdere weken om het spektakel te beleven.

De beste plekken voor de amandelbloesem:

De landweg Ma-3011 van Llucmajor naar Algaida voert door een zee van amandelbomen — in februari een droom in roze en wit. Gewoon langs de weg stoppen en door de boomgaarden wandelen. Vooral mooi 's ochtends, wanneer de dauw nog op de bloesems ligt.

De omgeving rond Marratxí en Santa Maria del Camí (15–20 minuten ten noorden van Palma) biedt ook spectaculaire amandelbloesems — en is het gemakkelijkst te bereiken. Langs de oude landweg (Ma-13a) staan honderden amandelbomen in rijen.

De Puig de Randa biedt een uniek uitzicht: vanaf het terras van het klooster Cura zie je de hele vlakte — in februari een eindeloos wit tapijt met groene stippen (olijfbomen) en rode daken (dorpen). Onvergetelijk.

Rond Son Servera en Artà in het oosten zijn er uitgestrekte amandelboomgaarden, die minder bezocht zijn dan die rond Llucmajor — een tip voor iedereen die in alle rust wil fotograferen.

Parallel aan de amandelbloesem bloeien in de vallei van Sóller de sinaasappelbomen — witte bloesems met een betoverende geur die de hele vallei vult. De combinatie van sinaasappelbloesem in Sóller en amandelbloesem in de vlakte maakt februari tot een van de mooiste maanden op Mallorca — bij temperaturen rond de 15–18°C, zonder massatoerisme, met goedkope vluchten en hotels.

Fototips: Het beste licht is 's ochtends (7:30–9:30 uur) en 's avonds (16:30–18:00 uur). Tegenlicht door de bloesems creëert magische effecten. Neem een groothoeklens voor het landschap en een macro voor individuele bloesems mee. De mooiste foto's ontstaan op licht bewolkte dagen, wanneer het licht zacht en diffuus is — direct zonlicht maakt de bloesems bleek.

Tipp

Februari is ook prijstechnisch aantrekkelijk: vluchten vanuit Duitsland vaak onder de 50€ (Ryanair, Eurowings), hotels 30–50% goedkoper dan in de zomer, huurauto's vanaf 15€/dag. Combineer de amandelbloesem met een winterwandelvakantie in de Tramuntana — de temperaturen (12–18°C) zijn perfect om te wandelen, en de Serra de Tramuntana is in de winter bijzonder dramatisch.

Achtung

De amandelbloesem is weersafhankelijk en kan elk jaar anders uitvallen. Een koude januari vertraagt de bloei, een warme versnelt deze. Een storm of zware regenval kan de bloesems binnen enkele dagen doen verdwijnen. Wie speciaal voor de amandelbloesem komt, moet flexibel plannen — en accepteren dat de natuur haar eigen tijdschema's heeft. Controleer actuele bloeirapporten op de lokale Mallorca-blogs (bijv. mallorcazeitung.es).

War dieses Kapitel hilfreich?