StartseiteReiseführerMallorcaGeschiedenis van Mallorca
🇪🇸
Verstehen · Kapitel 10

Geschiedenis van Mallorca

Mallorca Reiseführer

Übersicht|
VerstehenKapitel 10: Geschiedenis van Mallorca
Verstehen · Kapitel 10

Geschiedenis van Mallorca

Van mysterieuze stenen torens van de Talayot-cultuur, via de Moorse bloeitijd en koninklijke Reconquista, tot de toeristische boom van de 20e eeuw — de geschiedenis van Mallorca is net zo gelaagd als het eiland zelf.

Vroege geschiedenis & Talayot-cultuur

De oudste sporen van menselijke bewoning op Mallorca gaan terug tot ongeveer 5000 v. Chr., toen de eerste mensen vermoedelijk met eenvoudige boten van het Iberisch schiereiland overstaken. Maar de eigenlijke prehistorische bloeitijd begon rond 3000 v. Chr. met de vestiging door volkeren die een unieke megalithische cultuur ontwikkelden.

De Talayot-cultuur (1300–123 v. Chr.)

Vanaf ongeveer 1300 v. Chr. ontstond de voor de Balearen kenmerkende Talayot-cultuur (van het Catalaanse woord „talaia" — wachttoren). Hun nalatenschap vormt het eiland tot op de dag van vandaag: massieve, ronde of vierkante stenen torens, die tot 10 meter hoog werden en waarvan de functie — wachttoren, verdediging, cultus? — nog steeds wordt bediscussieerd. Meer dan 270 van deze Talayots zijn op Mallorca gedocumenteerd.

De belangrijkste vindplaatsen zijn Ses Paisses bij Arta in het oosten — een indrukwekkende, door een stenen muur omgeven nederzetting met een centrale Talayot te midden van eeuwenoude steeneiken — en Capocorb Vell aan de zuidkust bij Llucmajor, een van de grootste en best bewaarde talayotische nederzettingen met vijf torens, 28 woonruimtes en een complex grondplan dat wijst op een hoog georganiseerde samenleving.

De talayotische bewoners waren blijkbaar bekwame slingschutters — oude bronnen melden dat Balearische slingerschutters (foners) als gevreesde huurlingen in Carthaagse en later Romeinse legers dienden. Naar verluidt leerden kinderen het slingeren voordat ze vast voedsel kregen — een overdrijving, maar een aanwijzing voor de culturele betekenis van deze vaardigheid.

Andere opmerkelijke vindplaatsen zijn de Navetas (scheepsvormige graven), de Taules op Menorca (T-vormige stenen zuilen, zeldzamer op Mallorca) en de grotnederzettingen in de kliffen van de oostkust. In de grotten van Arta en Genova vonden archeologen keramiek en gereedschappen die het dagelijks leven van deze vroege eilandbewoners documenteren.

Tipp

Ses Paisses bij Arta is de meest sfeervolle prehistorische locatie van Mallorca — gelegen onder oude steeneiken, vaak verlaten, toegang slechts 3 €. In de vroege ochtend heb je het complex bijna voor jezelf.

Romeinen & Vandalen

In het jaar 123 v. Chr. veroverde de Romeinse consul Quintus Caecilius Metellus Balearicus de Balearen — zijn bijnaam „Balearicus" kreeg hij voor deze veldtocht. De Romeinse heerschappij zou meer dan 500 jaar duren en het eiland ingrijpend veranderen.

Romeins Mallorca

De Romeinen stichtten twee steden: Palmaria (het huidige Palma) en Pollentia (bij het huidige Alcudia in het noorden). Pollentia werd de hoofdstad van het eiland en ontwikkelde zich tot een bloeiende stad met Forum, theater, woonwijken en een aanzienlijk handelsnetwerk. De ruïnes van Pollentia zijn vandaag een van de belangrijkste Romeinse opgravingen van Spanje — het kleine, maar uitstekend gecureerde Museu Monografic de Pollentia in Alcudia toont vondsten uit het dagelijks leven van de Romeinse kolonisten.

Het Teatro Roma van Pollentia, het kleinste Romeinse theater van Spanje, bood plaats aan ongeveer 2.000 toeschouwers en is nog steeds herkenbaar — een sfeervolle plek, ingebed tussen pijnbomen en olijfbomen. De Romeinen brachten de wijnbouw, de systematische olijventeelt, wegen en aquaducten naar Mallorca. Veel van de huidige landwegen volgen nog steeds Romeinse routes.

De christianisering begon in de 4e en 5e eeuw. Vroegchristelijke basilieken — zoals in Son Pereto bij Manacor en Sa Carrotja bij Ses Salines — getuigen van de vroege verspreiding van het geloof. Sommige van deze funderingen zijn vandaag nog zichtbaar.

Vandalen en Byzantijnen

In 455 n. Chr. vielen de Vandalen onder Geiserich de Balearen binnen en beëindigden de Romeinse heerschappij. De Germaanse veroveraars vernietigden een groot deel van de Romeinse infrastructuur, en voor het eiland begon een periode van verval. In 534 n. Chr. heroverde de Byzantijnse generaal Belisar de Balearen voor het Oost-Romeinse Rijk. De Byzantijnse periode bracht een zekere stabiliteit, maar Mallorca bleef een randprovincie — een overgangstoestand, totdat een geheel nieuwe macht uit het zuiden kwam.

Tipp

De opgravingen van Pollentia in Alcudia worden weinig bezocht en zijn goedkoop (toegang ca. 4 €). Combineer het bezoek met een wandeling door de middeleeuwse stadsmuren van Alcudia — een van de best bewaarde verdedigingswerken van Mallorca.

Moorse heerschappij (903–1229)

In het jaar 903 veroverde de emir Isam al-Jawlani Mallorca voor het Kalifaat van Cordoba. Het begin van een meer dan 300 jaar durende periode die Mallorca diepgaand beïnvloedde — van landbouw tot taal en architectuur.

Medina Mayurqa

De Arabieren noemden het eiland Mayurqa (waarvan „Mallorca" is afgeleid) en maakten de hoofdstad Medina Mayurqa (Palma) tot een belangrijk centrum met moskeeën, madrassa's, markten (souks) en een bevolking van naar schatting 25.000 mensen — een aanzienlijke omvang voor het Middellandse Zeegebied van de 10e eeuw.

Het belangrijkste bewaard gebleven bouwwerk uit deze periode is het Palau de l'Almudaina — oorspronkelijk de Alcazar (paleis) van de Moorse gouverneurs, later verbouwd door de christelijke koningen, nu de officiële residentie van de Spaanse koning op Mallorca. De basisstructuur — binnenplaats, boogarchitectuur, tuinen — is nog steeds Arabisch beïnvloed.

De Banys Arabs (Arabische baden) in Palma zijn een ander juweel: een kleine, maar verfijnde badruimte met hoefijzerbogen op twaalf zuilen — elk een spolie, dus hergebruikt uit oudere Romeinse of Westgotische gebouwen. Een fascinerend getuigenis van de culturele gelaagdheid van Mallorca.

Landbouw en irrigatie

De misschien wel belangrijkste nalatenschap van de Moorse periode zijn de verfijnde irrigatiesystemen. De Arabieren brachten de techniek van de Qanate (ondergrondse waterkanalen), de Norias (waterraderen) en de terraslandbouw naar Mallorca. De sinaasappelboomgaarden van Soller, de amandelbomen en de systematische olijventeelt in de Tramuntana zijn terug te voeren op Moorse innovaties.

Veel plaatsnamen verraden hun Arabische oorsprong: Binissalem (van „ibn" — zoon), Alcudia (van „al-qudya" — de heuvel), Bunyola (van „bunyula" — kleine wijngaard). Ook landbouwtermen zoals „acequia" (irrigatiekanaal) en „aljibe" (cisterne) komen uit het Arabisch en worden op Mallorca tot op de dag van vandaag gebruikt.

De Moorse heerschappij eindigde niet abrupt, maar in fasen: Na de val van het Kalifaat in 1031 werd Mallorca een onafhankelijk Taifa-koninkrijk, daarna deel van de Almoraviden (vanaf 1116) en uiteindelijk van de Almohaden — tot Jaume I. het eiland in 1229 heroverde.

Reconquista & Koninkrijk Mallorca

Op 31 december 1229 veroverde Jaume I. van Aragon (Jakob I., genaamd „El Conqueridor" — de Veroveraar) na maandenlange belegering Medina Mayurqa. Het was een keerpunt dat de identiteit van het eiland voor altijd vormde. De jonge koning — slechts 21 jaar oud — had een vloot van 155 schepen en meer dan 15.000 soldaten samengesteld. Na de bloedige verovering van de stad werden de moskeeën omgebouwd tot kerken, de moslimbevolking grotendeels verdreven of tot slaaf gemaakt, en Catalaanse kolonisten van het Iberisch schiereiland aangetrokken.

Het Koninkrijk Mallorca (1276–1349)

In 1276 stichtte Jaumes zoon Jaume II. het onafhankelijke Koninkrijk Mallorca (Regne de Mallorca), dat naast Mallorca ook Menorca, Ibiza, het graafschap Roussillon (nu Zuid-Frankrijk) en de heerschappij Montpellier omvatte. Het was een korte, maar glansrijke periode: Jaume II. bevorderde handel, ambacht en architectuur. Hij initieerde de bouw van de Kathedraal La Seu — een van de grote gotische meesterwerken van Europa, waarvan de bouw meer dan 350 jaar zou duren (1300–1601).

In deze tijd ontstonden ook het Castell de Bellver (Europa's enige ronde gotische kasteel, 1300–1311), het Palau de l'Almudaina in zijn huidige vorm en talrijke gotische kerken. Palma werd een van de belangrijkste handelsplaatsen van het westelijke Middellandse Zeegebied — Catalaanse, Genuese en Venetiaanse kooplieden maakten de stad rijk.

De beroemdste zoon van het koninkrijk was Ramon Llull (1232–1316), een Mallorcaanse filosoof, mysticus en schrijver, die als een van de belangrijkste denkers van de middeleeuwen wordt beschouwd. Llull schreef meer dan 250 werken in het Catalaans, Latijn en Arabisch en wordt gezien als de grondlegger van de Catalaanse literatuur. Zijn invloed reikt tot in de moderne informatica — Gottfried Wilhelm Leibniz verwees naar Llulls combinatorische logica.

In 1349 eindigde de onafhankelijkheid: Pedro IV. van Aragon voegde Mallorca met geweld in bij de Kroon van Aragon. Maar het culturele erfgoed van het koninkrijk — de Catalaanse taal, de gotische architectuur, de handelsmentaliteit — leeft op Mallorca tot op de dag van vandaag voort.

Tipp

Op 31 december viert Palma jaarlijks de „Festa de l'Estandard" — de verjaardag van de Reconquista. Een historisch feest met optochten en een middeleeuwse markt rond de kathedraal.

Spaanse Kroon & Nieuwe Tijd

Na de inlijving bij de Kroon van Aragon (1349) en de latere vereniging met Castilië (1469, huwelijk van Ferdinand en Isabella) werd Mallorca deel van het groeiende Spaanse wereldrijk — echter een tamelijk onbeduidend deel. De volgende eeuwen waren voor het eiland een tijd van verval, isolatie en voortdurende bedreiging.

Piraterij en versterking (15e–17e eeuw)

De grootste bedreiging kwam van zee: Noord-Afrikaanse piraten (Berber-kapcorsaren) vielen de kusten van Mallorca regelmatig en brutaal aan. Hele dorpen werden geplunderd, bewoners als slaven weggevoerd. De beroemdste aanval was de plundering van Pollenca in 1550 door de gevreesde kaper Dragut — een gebeurtenis die vandaag de dag wordt nagespeeld tijdens het jaarlijkse feest „Moros i Cristians".

Als reactie ontstond een indrukwekkend netwerk van wachttorens (Torres de defensa) rond de kust — meer dan 80 torens, waarvan er vele nog steeds staan en tot de meest schilderachtige fotomotieven van het eiland behoren. Kustplaatsen zoals Deia, Valldemossa en Fornalutx werden bewust enkele kilometers landinwaarts gebouwd om beschermd te zijn tegen verrassingsaanvallen van piraten.

Economisch verval

Terwijl Spanje met zijn koloniale rijk opbloeide, bleef Mallorca buiten de grote handelsroutes. Het eiland leed onder pestepidemieën (bijzonder verwoestend in 1652), mislukte oogsten en een feodale maatschappijstructuur die innovaties verhinderde. De Chuetas — afstammelingen van gedwongen bekeerde Joden — vormden een vervolgde minderheid, waarvan de stigmatisering tot in de 20e eeuw doorwerkte.

In de Spaanse Successieoorlog (1701–1714) koos Mallorca de kant van de Habsburgers — en verloor. De zegevierende Bourbon Filips V. schafte met de Decretos de Nueva Planta (1715) de zelfbestuursrechten van de Balearen af. Castiliaans (Spaans) werd de enige officiële taal — een klap voor de Catalaanse identiteit, waarvan de naweeën tot op de dag van vandaag voelbaar zijn.

19e eeuw — Voorzichtige opbloei

Pas in de 19e eeuw begon een langzame verandering: De aartshertog Ludwig Salvator van Oostenrijk ontdekte Mallorca in de jaren 1870 voor zichzelf, kocht grote landgoederen aan de noordwestkust (waaronder Son Marroig bij Deia) en publiceerde zijn monumentale werk „Die Balearen" — de eerste uitgebreide documentatie van het eiland. Frederic Chopin en George Sand brachten de winter van 1838/39 door in het kartuizerklooster van Valldemossa — Sands boek „Een winter op Mallorca" maakte het eiland in Europa bekend, zij het niet altijd vleiend.

Toerisme-boom (20e eeuw)

Geen gebeurtenis heeft Mallorca meer veranderd dan de toeristische revolutie van de tweede helft van de 20e eeuw. In enkele decennia veranderde het arme boeren- en vissers eiland in de meest bezochte vakantiebestemming van Europa.

De beginjaren (1900–1950)

Al aan het begin van de 20e eeuw kwamen de eerste welgestelde reizigers — schilders, schrijvers, aristocraten. Het Grand Hotel in Palma (1903, nu CaixaForum) en het Hotel Formentor (1929) waren pioniers van het meer verfijnde toerisme. Maar de massa ontbrak: Er was geen luchthaven, geen moderne wegen, nauwelijks hotels.

De boom (1950er–1970er)

Alles veranderde met de luchthaven Son Sant Joan (geopend in 1960, maar al in de jaren 1950 voor chartervluchten gebruikt) en de gerichte bevordering van massatoerisme door het Franco-regime. Spanje had deviezen nodig, en Mallorca leverde die. In adembenemend tempo ontstonden aan de Playa de Palma, in Magaluf, Can Picafort, Cala Millor en tientallen andere plaatsen hotelcomplexen die honderdduizenden prijsbewuste pakketvakantiegangers opnamen.

De cijfers vertellen het verhaal: In 1950 kwamen ongeveer 100.000 toeristen per jaar naar Mallorca. In 1970 waren het al 3 miljoen. Vandaag zijn het meer dan 14 miljoen — bij een inwonertal van ongeveer 920.000.

Het Ballermann-fenomeen

Vanaf de jaren 1970 ontwikkelde zich aan de Playa de Palma, speciaal rond de strandbar nr. 6 (de legendarische „Ballermann 6"), een unieke Duits-Mallorcaanse feestcultuur. De Bierkönig, de Megapark (in 2023 gesloten), schlagerzangers zoals Jürgen Drews of Mickie Krause — voor veel Duitsers IS dat Mallorca. Voor de Mallorcanen was en is het een ambivalent fenomeen: enerzijds een inkomstenbron, anderzijds een imagoprobleem.

De transformatie ging ver voorbij het feesttoerisme: Vissersdorpen werden vakantieoorden, landbouwgronden werden golfbanen, traditionele finca's werden vakantiehuizen. De infrastructuur — wegen, zuiveringsinstallaties, ziekenhuizen — moest in enkele decennia worden uitgebreid voor miljoenen in plaats van honderdduizenden.

Achtung

De tijden van ongebreideld partytoerisme aan de Playa de Palma zijn voorbij: Sinds 2020 gelden strenge regels — onbeperkte alcoholaanbiedingen zijn verboden, drinken op straat wordt bestraft met boetes tot 3.000 €, geluidsreguleringen zijn van kracht.

Mallorca vandaag

Mallorca in de 21e eeuw staat voor een identiteitsvraagstuk: Hoe kan een eiland met nauwelijks een miljoen inwoners 14+ miljoen toeristen per jaar verwerken — en daarbij zijn ziel behouden?

Overtourism — het grote debat

In de zomer van 2017 gingen voor het eerst duizenden Mallorcanen de straat op: „Mallorca no es ven" (Mallorca is niet te koop) stond op de borden. Sindsdien is het overtourism-debat het overheersende onderwerp van het eiland. De symptomen zijn reëel: onbetaalbare huren in Palma (veel woningen gaan naar vakantieverhuur), overvolle stranden en wandelpaden in de zomer, watertekorten, verstopte wegen, afvalproblemen.

De politiek reageert — zij het aarzelend: Een toeristenbelasting (Impuesto de Turismo Sostenible, in de volksmond „Ecotasa") werd in 2016 ingevoerd. Afhankelijk van het type accommodatie betalen toeristen 1–4 € per nacht (in het laagseizoen gehalveerd). De inkomsten vloeien naar milieu- en duurzaamheidsprojecten. Vakantieverhuur in meergezinswoningen is sterk beperkt, bouwmoratoria voor hotels gelden in veel gemeenten.

De overgang naar kwaliteitstoerisme

Mallorca herontdekt zichzelf — of probeert dat tenminste. De trend verschuift van massatoerisme naar kwaliteitstoerisme: boetiekhotels in gerestaureerde finca's, agrotourisme, wandel- en fietstoerisme (de Tramuntana is een mekka voor wielrenners), culturele evenementen, verfijnde gastronomie. Het eiland heeft inmiddels meerdere Michelin-sterrenrestaurants en een bloeiende wijnscene.

Mallorcaanse identiteit

Mallorca beyond Ballermann" — deze slogan hoeft op het eiland niet meer uitgelegd te worden. De Mallorcanen koesteren hun Catalaanse taal (Mallorquin), hun feesten, hun keuken. De jongere generatie is zelfverzekerd: trots op het eiland, open voor toerisme, maar vastberaden in de eis naar grenzen. De Duitse gemeenschap — geschat op 30.000–60.000 inwoners — is een vast onderdeel van het eiland, soms geliefd, soms verguisd, altijd aanwezig.

Tegelijkertijd worstelt Mallorca met dezelfde problemen als veel eilanden: Emigratie van jonge Mallorcanen naar het vasteland (omdat ze de huurprijzen in hun thuisland niet kunnen betalen), een tekort aan geschoolde arbeidskrachten in de horeca, afhankelijkheid van één enkele sector. De toekomst zal uitwijzen of Mallorca de balans kan vinden tussen economische noodzaak en culturele zelfbewaring.

War dieses Kapitel hilfreich?