Geschiedenis
Oudheid: Kolchis & het Gulden Vlies
De geschiedenis van Georgië gaat terug tot in de diepste prehistorie. De Dmanisi-schedels (1,8 miljoen jaar oud), gevonden nabij Tbilisi, zijn de oudste overblijfselen van Homo erectus buiten Afrika — Georgië was letterlijk een van de eerste haltes van de mensheid in Europa.
Kolchis — Het land van het Gulden Vlies
In het westen van Georgië ontstond in het 2e millennium v.Chr. het koninkrijk Kolchis (Kolcheti), beroemd om zijn goudsmeedkunst en rijkdom. De Griekse mythologie situeerde hier het Gulden Vlies — die magische ramsvacht die Jason en de Argonauten probeerden te stelen. In werkelijkheid is de mythe gebaseerd op een echte praktijk: de Kolchiërs legden schapenvachten in goudhoudende beken om het goudstof op te vangen.
In het oosten bestond het koninkrijk Iberië (Kartli), dat zich in de 4e eeuw v.Chr. consolideerde en het huidige Centraal-Georgië omvatte. De hoofdstad was Mzcheta (Mtskheta), tegenwoordig UNESCO-werelderfgoed en een van de heiligste plaatsen van Georgië.
Christianisering (337 n.Chr.)
Georgië werd 337 n.Chr. onder koning Mirian III een van de eerste christelijke landen ter wereld — nog voor het Romeinse Rijk. De bekering wordt toegeschreven aan de Heilige Nino, een Cappadocische vrouw die met een kruis van wijnranken (met haar eigen haar samengebonden) missioneerde. Dit kruis is tot op de dag van vandaag het symbool van de Georgisch-Orthodoxe Kerk.
De Jvari-kerk (6e eeuw) boven Mtskheta en de Swetizchoweli-kathedraal (11e eeuw) in Mtskheta — beide UNESCO-werelderfgoed — markeren de geboorteplaats van het Georgische christendom.
Het Gouden Tijdperk & Koningin Tamar
Het Gouden Tijdperk (11e–13e eeuw)
Onder de Bagrationi-dynastie beleefde Georgië zijn bloeitijd. Koning David IV de Bouwer (1089–1125) verenigde het gefragmenteerde land, verdreef de Seldsjoeken en maakte van Georgië de dominante macht in de Kaukasus. Hij stichtte het Gelati-klooster (UNESCO) als academie — een van de eerste centra voor hoger onderwijs in Europa.
★★★ Koningin Tamar (1184–1213)
Het hoogtepunt was de heerschappij van Koningin Tamar (თამარ) — de machtigste vrouw in de Georgische geschiedenis en een van de opmerkelijkste heerseressen van de middeleeuwen. Onder haar bewind bereikte Georgië zijn grootste territoriale omvang: van de Zwarte Zeekust tot de Kaspische Zee, van de Kaukasus tot Noordoost-Anatolië.
Tamar bevorderde kunst, literatuur en architectuur. Tijdens haar regering ontstond Shota Rustaveli's nationale epos „De Ridder in het Pantervel" (Vepkhistkaosani) — een van de meesterwerken van de middeleeuwse wereldliteratuur. Tamar wordt in Georgië tot op heden als heilige vereerd; haar afbeelding siert het 50-lari-biljet.
Mongolen, Perzen, Ottomanen (13e–18e eeuw)
Na het Gouden Tijdperk volgde een lange periode van vernietiging en overleving:
- 1235: De Mongolen verwoesten Georgië
- 1386–1403: Timoer Lenk (Timur Lenk) valt Georgië acht keer aan en laat vernietiging achter
- 15e–18e eeuw: Georgië zit ingeklemd tussen het Ottomaanse Rijk (westen) en Perzië (oosten). Het land wordt herhaaldelijk veroverd, verdeeld en verwoest. De Perzische sjah Abbas I deporteert tussen 1614–1617 100.000 Georgiërs naar Perzië
Ondanks alle invasies verloor Georgië nooit zijn christelijk geloof en culturele identiteit — een wonder van verzet.
Russisch Rijk & Sovjettijd
Aansluiting bij Rusland (1801)
In 1783 sloot koning Erekle II het Verdrag van Georgiewsk met Rusland — een beschermingsverdrag tegen Perzen en Ottomanen. Maar Rusland hield zich niet aan de voorwaarden: in 1801 annexeerde tsaar Alexander I Oost-Georgië volledig, in 1810 volgde West-Georgië. Georgië hield op te bestaan als onafhankelijke staat.
De Russische heerschappij bracht stabiliteit (geen Perzische of Ottomaanse invasies meer), maar ook culturele onderdrukking en de afschaffing van de Georgische kerkelijke autonomie. Tegelijkertijd werd Tbilisi een kosmopolitische stad — Russen, Georgiërs, Armeniërs, Perzen en Europeanen leefden naast elkaar.
Korte Onafhankelijkheid (1918–1921)
Na de Russische Revolutie verklaarde Georgië op 26 mei 1918 zijn onafhankelijkheid en richtte de Democratische Republiek Georgië op — een van de eerste democratieën in de regio, met vrouwenkiesrecht en een sociaaldemocratische regering. De onafhankelijkheid duurde slechts drie jaar: in 1921 marcheerde het Rode Leger binnen en maakte van Georgië een Sovjetrepubliek.
Sovjettijd (1921–1991)
De Sovjettijd was een dubbel gezicht:
- Iosseb Dzjoegasjvili, beter bekend als Josef Stalin, was een Georgiër — geboren in Gori, 80 km ten westen van Tbilisi. Zijn museum in Gori is tot op heden controversieel: een stalinistische tempel die zijn misdaden grotendeels verdoezelt.
- Kulturele onderdrukking: Russificatie, verbod op Georgische nationale symbolen, vervolging van dissidenten.
- Industrialisatie: Georgië werd economisch ontwikkeld, kreeg infrastructuur en onderwijs op hoog niveau.
- 9 april 1989: Bij een vreedzaam protest voor onafhankelijkheid in Tbilisi gebruikten Sovjetsoldaten traangas en schoppen tegen de demonstranten — 21 mensen stierven, waaronder 17 vrouwen. Dit bloedbad radicaliseerde de onafhankelijkheidsbeweging.
Onafhankelijkheid & Rozenrevolutie
Op 9 april 1991 (bewust de verjaardag van het bloedbad) verklaarde Georgië zijn onafhankelijkheid. De eerste jaren waren chaotisch: burgeroorlog in Abchazië en Zuid-Ossetië (beide gebieden zijn de facto door Rusland gecontroleerd), economische ineenstorting, corruptie onder president Sjevardnadze.
Op 23 november 2003 bestormde de jonge advocaat Micheil Saakasjvili met een roos in de hand het parlement en dwong het aftreden van Sjevardnadze — de Rozenrevolutie. Er volgden radicale hervormingen: de politie werd volledig opnieuw opgebouwd (van de meest corrupte tot de eerlijkste in de Kaukasus), de bureaucratie gedigitaliseerd, de economie geliberaliseerd. De oorlog met Rusland in 2008 (Vijfdaagse Oorlog om Zuid-Ossetië) blijft een trauma.
Vandaag de dag streeft Georgië naar de EU en NAVO — in 2024 kreeg het land de EU-kandidaatstatus. De politieke situatie blijft turbulent, maar de wil tot Europese integratie is overweldigend aanwezig in de bevolking.
War dieses Kapitel hilfreich?
